De zondagen op weg naar Pasen

De Lijdenstijd oftewel Veertigdagentijd is begonne. Dat is de voorbereidingstijd op de Stille Week en op Pasen. Elke zondag daarin heeft een bijzondere naam, afgeleid van een vers uit de Psalmen of een ander Bijbelboek. Het zijn de eerste woorden uit de Latijnse intochtpsalmen waarmee in de traditie van de oude kerken de kerkdiensten op deze zondagen begonnen. Ik denk dat deze korte Bijbelverzen kunnen helpen, om de weg richting Pasen te gaan. Ik wens u een gezegende Lijdenstijd en Stille week toe. En ik wens u toe, dat deze tijd leidt tot een Vrolijk Pasen. Stefan Bernhard.

ESTOMIHI (3 maart)

(Wees mij een beschuttende rots! Ps. 31:3)

Strikt genomen hoort deze zondag nog niet bij de Lijdenstijd. Aswoensdag, de woensdag na zondag Estomihi, is pas het begin. Maar psalm 31 neemt ons meteen mee in de sfeer van de Lijdenstijd. De psalm vraagt aan God om nabijheid en begeleiding en spreekt het vertrouwen uit dat God in de moeilijkste momenten niet ver weg is. Dat geeft moed voor de weg, die voor ons ligt. Daarbij put de Psalm rijkelijk uit andere gebeden en Psalmen. Daarmee benadrukt hij nog eens: God is trouw en is dat altijd geweest. Je mag dat niet vergeten ook als het tegendeel het geval lijkt. Jezus heeft vaak Psalmen gebeden. Dat weten wij uit de evangelies. Nog aan het kruis heeft hij dat gedaan: wij horen hem met woorden uit Psalm 22 spreken: ‘Mijn God, waarom hebt U mij verlaten’, en later met woorden uit Psalm 31: ‘In uw handen leg ik mijn Geest’. Zo dicht naast elkaar zijn wanhoop en vertrouwen.

EERSTE LIJDENSZONDAG: INVOCAVIT (10 maart)

(Roept hij Mij aan, Ik zal hem antwoorden. Ps. 91:15)

Het lijkt wel alsof dit vers uit Psalm 91 een antwoord geeft op de vraag uit Psalm 31. De weg naar Jeruzalem is begonnen en daarmee ook de weg die Jezus naar het kruis leidt. Alhoewel er nog vaak gelegenheid zal zijn, om van die weg af te stappen, zal Jezus dat niet doen. Maar hij zal de ‘beschutting van de allerhoogste’ en de ‘schaduw van de ontzagwekkende’ (Ps. 91:1) wel nodig hebben. Er wordt gezegd, dat Psalm 91 een avondgebed is. Van Martin Luther kennen wij een ander avondgebed: ‘Heer, blijf bij ons, want het is avond en de nacht zal komen. Blijf bij ons en bij uw ganse Kerk aan de avond van de dag, aan de avond van het leven, aan de avond van de wereld. Blijf bij ons met uw genade en goedheid, met uw troost en zegen, met uw woord en sacrament. Blijf bij ons wanneer over ons komt de nacht van beproeving en van angst, de nacht van twijfel en aanvechting, de nacht van de strenge, bittere dood. Blijf bij ons in leven en in sterven, in tijd en eeuwigheid. Amen.’

TWEEDE LIJDENSZONDAG: REMINISCERE (17 maart)

(Gedenk uw barmhartigheid, Here. Ps. 25:6)

Psalm 25 is een bijzondere Psalm. Het is geen samenhangend gedicht, maar een opsomming van enkele verzen rond een gezamenlijk thema. Iedere vers begint met een ander letter van het Hebreeuws alfabet. Van ‘A’ tot ‘Z’ wordt nagedacht over God en hoe Hij ons in ons leven nabij is. Maar er wordt ook gesproken over waar wij Hem kwijt kunnen raken. Daarbij komen vele onderwerpen langs. Ik stel mij voor dat je deze opsomming goed onderweg kan gebruiken om je bij de les te houden en op de goede weg te blijven. Misschien heeft Jezus met zijn leerlingen onderweg van Galilea naar Jeruzalem over deze Psalm gesproken. Daarbij hoort ook dat je soms God in herinnering roept, dat Hij trouw moet blijven. God heeft deze herinnering waarschijnlijk niet nodig, maar wij mensen hebben wel de bevestiging nodig. Het is net zoals kinderen vaak aan hun ouders vragen: ‘Je houdt toch van me?’, of geliefden niet moe worden om elkaar te zeggen: ’Ik heb je lief!’

DERDE LIJDENSZONDAG: OCULI (24 maart)

(Mijn ogen zien bestendig op de Here. Ps. 25:15)

Nog een vers uit psalm 25, dit keer wat verderop. Het woord ‘bestendig’ valt op. Onderweg door het leven komen wij vele mensen tegen en praten wij over verschillende dingen. Wij kunnen zeker niet zeggen, dat wij God altijd in gedachten of voor ogen hebben. Voor de leerlingen, die toen met Jezus onderweg waren, was dat anders, als wij op de Bijbel afgaan. In hun groeide gaandeweg het besef, hoe bijzonder Jezus was en dat Hij echt de Messias was. Ze merkten het in de manier hoe hij met hen sprak, hoe hij mensen langs de weg bejegende en hielp. Op een gegeven moment vroeg Jezus hen: ‘Wie denken jullie dat ik ben?’ Petrus sprak toen uit wat zij allemaal dachten: ‘U bent de Messias’. Dat is een bijzonder belijdenis. Maar dezelfde Petrus heeft later, in Jeruzalem, drie keer gezegd dat hij Jezus niet kende en niet wist wie hij was. Het valt niet mee, om altijd God of zijn Zoon in gedachten te houden en met Hem door het leven te gaan – niet voor de leerlingen toen en ook niet voor ons nu.

VIERDE LIJDENSZONDAG: LAETARE (31 maart)

(Verheugt u met Jeruzalem. Jes. 66:10)

Op deze zondag is er geen Psalmvers, maar een vers uit een lied van de Profeet Jesaja. De zondag heeft ook een andere sfeer dan de andere zondagen in de Lijdenstijd. Hij is hoopvoller en vrolijker van aard, alsof door al de zorgen over het naderende einde al de hoop van het vervolg doorheen straalt. Midden in de Lijdenstijd licht al iets van Pasen op. De zondag wordt daarom ook ‘klein Pasen’ genoemd. Het lijkt wel een adempauze op de enerverende weg van Jezus die naar de dood aan het kruis leidt. Of het is, iets menselijker, een adempauze in de lange vastentijd, die nu al bijna vier weken duurt en nog een tijdje zal duren. Wij weten dat de Goede Vrijdag niet het einde van het verhaal van Jezus is. Het feest van Pasen komt eraan, wij kunnen de dagen al tellen. Maar wij zijn er nog niet. Daarvoor komt nog een ander verhaal. Daarvoor komt de Lijdensweg naar het kruis. Je ziet het doel al voor je, maar je weet dat daarvoor nog een ontzettend moeilijk stuk weg ligt. Er is geen afkorting of omweg mogelijk. Maar er is wel hoop.

VIJFDE LIJDENSZONDAG: JUDICA (7 april)

(Doe mij recht, o God. Ps. 43:1)

Je vraagt je af, wie in Psalm 43 aan het woord is. Is het Jezus, die al weet dat hij onterecht beschuldigd en veroordeeld zal worden en daarom zijn recht bij God opeist? God is altijd de laatste instantie geweest, waar mensen naar toe konden gaan als hen door hun medemensen onrecht werd aangedaan. Daarom was er ook zoiets als kerkasiel. Maar Jezus heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Hij heeft liefde en trouw gepreekt en geleefd. Daardoor is hij tot een bedreiging voor de machtigen geworden en daarom moest hij sterven. Dat is niet eerlijk en niet terecht. Het is wel zo gebeurd. Maar recht zal altijd zegevieren en God zal altijd aan het langste eind trekken. Daarmee eindigt de Psalm. Maar wat is met de mensen, die schuldig zijn aan de dood van Jezus, geworden? Zal God voor hen rechtvaardig zijn, of is Hij genadig?

PALMZONDAG (14 april)

Deze zondag heeft geen Bijbelvers als naam meegekregen. Zijn naam laat ons denken aan de Palmbladeren, die de mensen op de weg legden toen Jezus de stad Jeruzalem binnenreed. Het was een intocht als van een koning. Maar korte tijd later zullen dezelfde mensen roepen, dat Jezus gekruisigd moest worden. Zijn wij mensen dan zo snel om te praten? Laten wij iemand zo snel vallen als hij niet aan onze verwachtingen voldoet? Wij mensen zijn niet trouw. De naam van de zondag laat mij ook denken aan een lied dat vaak op begrafenissen wordt gezongen: ‘Nanga Palm wi de go…’ Omdat Jezus trouw zijn weg tot het bittere einde is gegaan, zullen wij eenmaal als overwinnaars het koninkrijk van God binnen mogen gaan. Dat is een genade en geen recht, want de trouw van mensen kan verkeren. In de jubel van de menigte toen in Jeruzalem, is misschien daarom ookeen gebed opgenomen. Sommigen denken namelijk dat de roep ‘Hosanna’ komt uit Psalm 118:25: ‘Heer, help ons en red ons.’ Dat zou heel goed kunnen.