‘Zoek de vrede en jaag die na’

(woord voor het jaar 2019 uit Psalm 34:15)

copyright Stefanie Bahlinger (Verlag am Birnbach 2018)

Ik grap soms: ‘Mijn dank zal je voor altijd volgen, maar je nooit bereiken.’ Meestal kunnen de mensen, die mij iets goed hebben gedaan, de grap wel waarderen, maar soms ook niet. Het is ook niet leuk als je niet bereikt wat een ander je aan goede dingen heeft toegedacht. Het is net als een kerstkaart die in de tas van de postbode achterblijft of een e-mail die in de spamfolder terecht komt. De goede woorden treffen geen doel en de goede bedoelingen komen niet uit.

Zo is dat ook met de vrede. Wij willen hem graag tot stand brengen en vast houden. Wij doen er alles aan om de lieve vrede te bewaren. Maar dan valt de ene, bepaalde opmerking of dan doet die ‘hét’ weer en mensen ontploffen. De ruzie barst los, ze gaan het gevecht aan en wij blijven achter met de scherven. Vrede is niet zo gemakkelijk. Wij zoeken hem, wij jagen hem na, maar wij kunnen hem vaak genoeg maar niet te pakken krijgen.

Stefanie Bahlinger heeft bij het jaarwoord een schilderij gemaakt. Daarbij schrijft ze: ‘Een stralend, wit kruis strekt zich uit over de gehele afbeelding en gaat zelfs verder buiten het beeld. Het kruis gaat over ruimte en tijd heen, verbindt hemel en aarde, omvat alles wat was, wat is en wat zal zijn. Het kruis is hier een teken van vrede. De plaats waar Christus alle vijandelijke krachten versloeg. Aan het kruis heeft God vrede gesloten met ons mensen en zijn gehele schepping. In onze zoektocht naar rechtvaardige vrede op kleine en grote schaal kunnen we niet voorbij het kruis komen! Zoals de vele mensen in het schilderij, die heel dicht bij elkaar staan zonder scheidsmuren en randen. Ze houden elkaar vast en schitteren in de regenboogkleuren, die worden weerspiegeld als door een prisma van het zuivere wit van het kruis. Er is geen onderscheid, zelfs niet door afkomst. De verschillende culturen worden aangeduid door de stukjes Bijbeltekst van het Onze Vader in verschillende talen. De opstelling doet denken aan een “huis van levende stenen”, waarmee het koninkrijk van God keer op keer wordt vergeleken. Mogelijk vormen de personen ook een “druivenbos”, zoals Jezus zegt in zijn woorden over de wijnstok en zijn ranken, die alleen dan vrucht kunnen voortbrengen als zij aan de wijnstok blijven. Alleen, onthecht van hem en zijn gemeente, leeft men gevaarlijk: “Zie, Ik zend u uit als schapen onder de wolven. (…) Je moet niet denken dat ik gekomen ben om vrede op aarde te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.” (Mattheüs 10: 16 en 34) Jezus zegt dat tegen de mensen die hem volgen. Wat een opdracht! Even duidelijk laat hij haar weten: “Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet.” (Johannes 14, 27). Wat een belofte! Deze spanning kan verwarrend zijn en niet gemakkelijk op te lossen.’

Wie vrede wil heeft bondgenoten nodig, die samen voor de vrede gaan. Mensen zullen je aan moeten herinneren dat vrede nodig en mogelijk is. Wie vrede wil heeft uithoudingsvermogen en kracht nodig, want om vrede moet soms ook gevochten worden – tegen de verlangens van onszelf in om je eigen gelijk met geweld te halen, tegen de reflex van ons mensen in om geweld met geweld te beantwoorden, tegen de eeuwenlange traditie in om mensen tegen elkaar op te zetten om eigen voordeel te behalen. Welk zwaard legt Jezus in onze handen? Het zwaard van de dood of het zwaard van de Geest (Efeziërs 6:17)? Wie vrede wil heeft het voorbeeld en de nabijheid van de Zoon van God nodig. Zijn vrede ‘die alle verstand te boven gaat’ (Filippenzen 4:7) wordt zichtbaar in een stal en vele mensen komen om iets van de vrede mee te maken en mee naar huis te nemen. Een vrede die zelfs de dood niet kon overwinnen en van een kruis een overwinning heeft gemaakt.

Ik hoop en wens dat wij in de komende tijd vrede kunnen ontvangen en oefenen zodat de vrede iets dichterbij komt en ons niet steeds weer ontglipt.

Stefan Bernhard