Drie overdenkingen bij Keti Koti 2019

Keti Koti – de ketenen zijn gebroken 

Een blog van Erny van Axel

Keti Koti: het einde van de slavernij in Suriname, 156 jaar geleden. Wat betekent vrijheid, toen en nu, en wat zegt de Bijbel hierover? Erny van Axel, directeur van het Surinaams Bijbelgenootschap, staat vandaag stil bij deze vragen.

Op 1 juli wordt in Suriname herdacht dat 156 jaar geleden de slaven daar hun vrijheid verkregen – Keti Koti (de ketenen zijn gebroken). De slaven mochten deze vrijheid niet direct ervaren – ze moesten immers nog tien jaar verplicht werken op de plantage, onder toezicht van het gouvernement. Deze periode staat bekend als het staatstoezicht en duurde van 1863 tot 1873. Toch vierden de slaven de afschaffing uitbundig, door onder andere op 1 juli 1863 massaal naar de Grote Stadskerk te gaan om dank uit te brengen aan de Heer. Alhoewel ze honderden jaren in slavernij hadden geleefd en dit van invloed was geweest (en nog steeds is) op de vorming van hun eigenwaarde, waren zij zich ervan bewust dat zij ook innerlijke genezing en bevrijding en herstel nodig hadden. 

Elke vorm van slavernij, mensenhandel, misbruik, onrecht, oorlog en onderdrukking heeft invloed op de identiteit van een persoon, en bij sommigen zelfs op hun nageslacht. Als je voorouders slaven zijn geweest, kan het pijnlijk zijn om op zoek te gaan naar je identiteit. Velen van ons leven tegenwoordig nog in een vorm van slavernij, ondanks het feit dat we een vrij mens zijn. 

Zo is op 1 juli 1863 de slavernij wel officieel afgeschaft voor de Surinamers, maar de slavernij was nog lang niet uit de Surinamers. Velen van hen zijn nog niet bewust van het feit dat zij naast de lichamelijke vrijheid  bovenal innerlijke genezing, bevrijding en herstel nodig hebben.

Tegenwoordig zijn er nog velen van ons die leven in een vorm van geestelijke verslaafdheid en nog gehoor moeten geven aan de boodschap, dat Jezus ook voor hen naar deze aarde was gekomen: een boodschap van verlossing van elke vorm van slavernij. Die boodschap bevestigt Jezus in Johannes 8:31-36:

‘En tegen de Joden die in hem geloofden zei Jezus: ‘Wanneer u bij mijn woord blijft, bent u werkelijk mijn leerlingen. U zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u bevrijden.’ Ze zeiden: ‘Wij zijn nakomelingen van Abraham en we zijn nooit iemands slaaf geweest – hoe kunt u dan zeggen dat wij bevrijd zullen worden?’ Jezus antwoordde: ‘Waarachtig, ik verzeker u: iedereen die zondigt is een slaaf van de zonde. Nu blijft een slaaf niet voor eeuwig in huis, maar de Zoon blijft wel voor eeuwig. Dus wanneer de Zoon u vrij zal maken, zult u werkelijk vrij zijn.’

Jezus kwam om de mens zijn waardigheid en vrijheid en identiteit terug te geven en weer met God te verbinden. Net als de honderden slaven, die de boodschap van vrijheid met vreugde hebben ontvangen, mogen wij ons dagelijks verheugen in dezelfde boodschap van bevrijding, maar naast het verheugen mogen wij ook actief deel zijn van deze boodschap door indien wij nog in ‘geestelijke’ slavernij zijn, wij onze ‘eeuwige’ bevrijding mogen vinden in Jezus.

Dit bericht is gepubliceerd op de website van het Nederlands Bijbelgenootschap op maandag 1 juli 2019.

Gebed:

Heer, U kent ons bij naam. U weet wie wij zijn.

Wie de mensen waren, die toen tot slaaf gemaakt en van hun geboortegrond weggerukt werden,en  geleden hebben.

Wie de mensen waren, die toen zijn opgestaan, zijn gevlucht, hun lot in eigen handen hebben genomen.

Wie de mensen zijn, die nog steeds naar vrijheid verlangen, zich niet los kunnen maken uit haat, pijn en verdriet.

Zegen hen allen. Amen

Het verleden hoeft geen last te zijn

Een overdenking van Stefan Bernhard

Keti Koti heeft veel met geschiedenis te maken. En wij herdenken de afschaffing van de slavernij. Wij eren de voorouders die onder de slavernij geleden hebben, tegen de slavernij in opstand gekomen zijn en de stappen naar de vrijheid hebben gezet. En mensen zeggen steeds weer dat dit verleden nog als een last op hen drukt. Zij zeggen niet echt vrij te zijn. ‘Wij zijn nog niet klaar met jullie Nederlanders’, zei een vrouw in een prachtige koto tegen de verslaggever op 1 juli. En een man in een panie was het met haar eens.

Er is nog veel te zeggen over de geschiedenis, die ons in dit land met elkaar verbindt. En het is goed dat er steeds meer aandacht voor is. Na jaren van wegwuiven en ontkenning, van verzwijgen en marginaliseren, is nu de tijd gekomen dat er open over het verleden van slavernij en bevrijding gesproken kan worden. De geschiedenis hoort daarbij van verschillende kanten verteld te worden.

Lange tijd werd vooral de kant van de toenmalige machthebbers verteld – de grote daden van Nederlandse overheid, die het behaagd had om de arme slaven de vrijheid te geven. En soms nog kwamen de verhalen van zendelingen bij, die de slaven opleiding en opvoeding brachten, samen met het evangelie. Of was het de beschaving?

Dan waren er de berichten van de, meestal witte, mensen die  de slavernij begonnen te bestrijden. Zij waren onder de indruk van het leed van de mensen, werden opnieuw gegrepen door de verhalen van vrijheid in de Bijbel en geïnspireerd werden door het idee, dat ieder mens gelijk is. En ze streden voor een einde van de slavernij.

En nu worden eindelijk ook de andere verhalen gedeeld: hoe mensen zelf de slavernij beleefd hebben en daaronder geleden hebben, wie deze mensen waren, welke namen ze droegen, hoe zij zich verzet hebben, welke rol daarin dans, muziek, verhalen en kleding speelden; hoe zij zich ook in de verhalen van de Bijbel gespiegeld hebben.

Al deze verhaallijnen, vensters op de geschiedenis, wisselen elkaar af. Welke zijn het echte verhaal?

Ooit zal er ook een tijd komen waarin het hele verhaal voor ons ligt. Waarin een museum is, waar wij de geschiedenis van alle kanten kunnen leren kennen. De Bijbel vertelt steeds weer van een visioen voor zo een gemeenschap, waarin al de verhalen, geschiedenissen van mensen tot hun recht komen. En waarin het verleden van mensen niet meer langer de bron van verdeling en haat is, maar een bron van verbondenheid.

Paulus was iemand die dit visioen voor ogen had en in de beginnende kerk van Jezus Christus waar wilde laten worden. Hij wilde een gemeente bouwen, waarin plek is voor oud en rijk, vrouw en man, jood en heiden, slaaf en vrije. Waarin het hele volk samen kan zijn. Op weg daar naar toe moest hij steeds weer de donkere kanten van zijn eigen levensverhaal onder ogen zien. Hoe hij de christenen eerst onderdrukt had. En hoe hij tot inkeer is gekomen en tot een apostel van Christus is geworden.

Hij schrijft daarover (1 Timotheüs 1: 12-17):

Ik dank Christus Jezus, onze Heer, dat hij mij kracht gegeven heeft en het mij heeft toevertrouwd hem te dienen, hoewel ik hem vroeger heb bespot, vervolgd en beschimpt. Toch heeft hij zich over mij ontfermd, omdat ik door mijn ongeloof niet wist wat ik deed. Onze Heer heeft mij zijn genade in overvloed geschonken, evenals het geloof en de liefde die we in Christus Jezus bezitten. Deze boodschap is betrouwbaar en verdient onze volledige instemming: Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden. Ik was de eerste, en juist over mij heeft Christus Jezus zich ontfermd; ik was de eerste aan wie hij zijn grote geduld toonde, zodat ik een voorbeeld werd voor allen die in hem geloven en het eeuwige leven zullen ontvangen. Aan de koning der eeuwen, de onvergankelijke, onzichtbare en enige God, zij de eer en glorie tot in alle eeuwigheid. Amen.

Ommekeer is mogelijk en ook dit verhaal moeten wij blijven vertellen. Zodat ook vergeving en verzoening een kans krijgen. 

Gebed:

Heer, wij danken U voor het visioen van Uw koninkrijk. En wij danken U voor allen, die zich daarvoor inzetten.

Help ons op weg. Maak inzicht en vergeving mogelijk. Behoedt ons voor falen en misbruik van uw visioen.

En maak ons tot één volk, Uw volk. Amen

Monument tegen de onwetendheid

De Brits Indische schrijver Salman Rushdie zei ooit: ‘We have no roots, we have feet’. Sinds ik dit hoorde laat het mij niet meer los.

Want ik heb net geleerd hoe belangrijk de roots voor mensen zijn: te weten waar je vandaan komt, waar je oorsprong ligt, wat je heeft gemaakt, gevormd, wat je trots maakt. Dat ons tot mens maakt.

Maar de zoektocht naar roots heeft ook een andere kant. Ze kan ons onbeweeglijk maken, niet meer geschikt voor de toekomst. Want ze houdt ons vast, haast gevangen in het verleden. Een oude boom verplaats je niet, en zelf bij een jonge plant is het heel moeilijk. En met de roots te vast in de grond kan je ook niet gaan, en ook niet dansen.

Er verrijzen in ons land steeds meer monumenten, die herinneren aan de geschiedenis van slavernij en bevrijding. Middelburg en natuurlijk Amsterdam hebben er een, sinds vorig jaar staat er ook een in Hoofddorp. En ook Rotterdam heeft al sinds 2013 zo een monument.

Alex van Stipriaan, hoogleraar Caribische geschiedenis aan de Erasmus Universiteit zei tijdens de inwijding  „Dit monument staat er zodat niemand ooit nog kan zeggen ‘Ik heb het nooit geweten’.” Een monument tegen de onwetendheid.

Maar het monument, gemaakt door Alex da Silva (geboren 1974 in Angola) straalt een zekere lichtheid uit. De titel Clave verwijst naar een muzikale sleutel, een ritmisch patroon uit West-Afrika dat op Cuba belandde. Het onderste deel oogt als een schip. Wie dat wil kan er een verbroken keten in zien. Op de sleutel, of het schip, staan vier figuren met een ketting om de enkel, van stram naar vrij. Ze dansen zich los. Waarom dans? „Dans is niet alleen bevrijdend, maar brengt ook culturen samen”, zei de kunstenaar daar ooit over.

De locatie is perfect. Een grasveldje aan de oever van de Nieuwe Maas, prominent in het gerenoveerde Lloydkwartier in Rotterdam-West. Scheepvaart is dichtbij: rondom staan de moderne toren van het Scheepvaart- en Transport College (leerlingen onderhouden het beeld) en het klassieke kantoorgebouw van vervoersbedrijf Kuehne + Nagel. Genoeg ruimte rondom voor bezoekers van de herdenking van de afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863, elke 30 juni.

Peggy Wijntuin, oud-gemeenteraadslid voor de PvdA, nam in 2009 het initiatief voor het monument. „Er waren veel suggesties voor een plek in het centrum, maar ik wilde een plek met een verhaal. Wij kwamen uit op de Lloydkade. Hier vertrokken de schepen naar West-Afrika om wapens, aardewerk en sterke drank te ruilen tegen slaven. Die brachten ze naar het Caribisch gebied en ze kwamen terug met tabak en suiker van de plantages. Aan deze kade begon voor Rotterdamse schepen de driehoekshandel.”

Voor Wijntuin verbeeldt Clave „op een voor iedereen begrijpelijke manier de geschiedenis van ketens naar vrijheid”. Het maatschappelijke debat over slavernij richt zich op trauma, schade en slachtofferschap, maar dit beeld gaat over kracht, verzet en vrijheid. Geen herdenking zonder hoop.

(Voor dit stukje heb ik gebruik gemaakt van een artikel in  NRC Handelsblad: www.nrc.nl/nieuws/2018/10/05/monument-tegen-de-onwetendheid-a2139262. De letterlijke citaten zijn cursief. De foto bij dit artikel is van Walter Herfst)

Stefan Bernhard (7 juli 2019)

Gebed:

Heer, leer ons te dansen, de vrijheid tegemoet.

Vrijheid van verkeerde denkbeelden, die ons vasthouden.

Vrijheid van verdriet en rouw, die ons neerdrukken.

Vrijheid van ziekte en pijn, die ons vastkluisteren.

En daar, waar het lichaam ons in de steek laat en waar onze geest troebel wordt, help ons aan een licht gemoed, zodat wij vrij kunnen zijn als uw kinderen.

Leer ons weer te dansen –  en onze dierbaren ook. Amen

“Jezus geeft leven in al zijn volheid” – Met deze woorden viert de EBG Nederland in dit jaar de augustusmaand. U  zult deze tekst daarom ook op de augustusmaandlintjes zien staan. Wij hebben ons laten inspireren door de tweede dagtekst van 13 augustus 2019, waarin Jezus als de goede Herder zijn schapen belooft: ‘Ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid.’ Maar wat is leven in volheid?

Laatst zag ik een videoclip van een DJ die graag beroemd wilde worden.  Hij had een song geschreven, waarin hij zijn luisteraars opriep vooral ‘te leven’. De clip toonde wat hij daarmee bedoelde: een groot feest, waarin de mensen dansend en hollend over elkaar heen buitelden en daarbij hun drankjes vasthielden. Dat is voor hem leven in volheid.

Ik ben niet tegen een feestje. Maar ik twijfel, of zo een non-stop party ‘het ware leven’ is. Het lijkt mij eerder een vlucht voor het leven. De mensen vluchten in een wereld waarin het altijd, vrolijk, mooi, grappig, leuk is. En als de vrolijkheid dreigt te verdwijnen dan grijpen zij naar middelen, om de gevoelens vast te houden. Vroeger was dat meestal alcohol, we konden niet zonder om vrolijk kunnen ‘leven’,  vandaag  de dag zijn het drugs van alle mogelijke makelarij en samenstelling, die ons het leven ‘echt’ laten beleven. 

Misschien ben ik te oud voor geworden, maar ik maak mij zorgen om een wereld die dansend en feestend haar ondergang tegemoet leeft. En ik ben niet de enige. Iedere week opnieuw gaan vele jongeren en kinderen de straat op om een leven en een toekomst voor zich zelf op te eisen. ‘Friday for future’ is al lang een symbool geworden voor de roep naar verandering, zodat leven op onze aarde mogelijk blijft. Daar wordt in iedere geval de mogelijkheid opgeëist, om zuivere lucht te ademen, om de voeten droog te houden en om gezond voedsel te kunnen eten. En daarvoor is men ook bereid, om van andere dingen af te zien. Leven in volheid wordt zo een leven waarin de meest noodzakelijke levensbehoeftes beschikbaar blijven. Ze moeten beschikbaar blijven voor ons mensen, maar ook voor de anderen schepselen, waarmee wij deze aarde delen.

De Bijbel begint met een beschrijving van de schepping van de aarde. Daarin lezen wij hoe al de sterren en planeten, bergen en zeeën, planten en dieren  hun plek krijgen in deze wereld. Ook de mens maakt daar onderdeel van uit. Daarna vertelt de Bijbel hoe de ideale plek voor de mens in deze wereld eruit zien. Het paradijs is een tuin vol met leven. Als dat een beeld voor een ideale plek is om te leven, dan kunnen wij ons de mens voorstellen zittend op het groene gras, aan de oever van een rivier, genietend van de vruchten van de bomen en van de zonnestralen op zijn of haar huid.

Maar er is meer in dit verhaal. De mens wordt door God gevraagd, om al de dieren en planten namen te geven. De mens brengt zo in kaart wat leven is en wie er allemaal bij hoort. Hij mag kijken en onderzoeken, gebruik maken van wat de aarde geeft en wat hij tot leven nodig heeft. Maar hij moet daarbij verstandig zijn. Anders gaat deze wereld stuk.

De inzet voor een betere wereld vervult daarom ook nog een ander verlangen. De demonstraties geven mensen het gevoel, zinvol bezig te zijn en de toekomst vorm te geven. Ze geven hun leven inhoud. Wij mensen willen graag zinvol bezig zijn en zoeken deze zin in ons leven. Pas als wij deze zin gevonden hebben, leven wij echt.

Ik denk dat Jezus dit zinvol leven bedoelt, als hij ons een leven in volheid belooft. Het gaat hem niet om een leven in rijkdom en vrolijkheid, maar om een leven in liefde en verbondenheid. Jezus legde toen de nadruk op het samenleven van de mensen. Hij vroeg om trouw aan God en liefde tussen de mensen, zodat iedereen een plek in de samenleving had en iedereen voldoende had om van te leven.  Hij eiste dat mensen niet weggestopt werden omdat zij geen kracht meer hadden, dat mensen niet monddood gemaakt werden omdat ze zogenaamd geen stem hadden, dat mensen niet aan de kant geschoven werden omdat ze ziek of gebrekkig waren. Voor de huidige generaties komt daar nog de zorg voor de aarde bij.

Ik wens mijn kinderen een vol leven, niet vol met rijkdom, maar vol met zin en met een doel, dat het waard maakt om te leven. Ik bid, dat Jezus dit doel voor hen toont, zodat zij leven in volheid hebben.

Bij Handelingen 8 (Pinksterpelgrimage Zwaag)

God,

wat zouden wij zijn zonder water?

Hoe zouden we moeten leven?

Hoe zouden wij moeten groeien?

Waar zouden wij onze bouwstoffen vandaan moeten halen?

Wat zouden wij zijn zonder u?

Hoe zouden we kunnen bestaan?

Waar zouden we ons

aan kunnen optrekken?

Hoe zouden we zonder uw liefde

mens kunnen worden?

U bent het water

waarvan wij leven.

U bent de bron van ons bestaan.

Help ons u te vinden.

(Tekst – die op de achterkant van de doopoorkonde van de EBG staat. Bron onbekend. / Afbeelding: Biblejournaling bij Handelingen 8)

Overdenking met Pasen

In een wat donker hoekje in het Westfries museum in Hoorn kwam ik het kunstwerkje tegen. In eerste instantie was het vooral het kunstige knipwerk wat mijn aandacht trok. Daarna ook het bordje daaronder, dat vermeldde dat dit knipselwerk in 1887 gemaakt was door Hendrikus Jacobus de Jongh, huisschilder te Haarlem. Ik vond het grappig, deze verbinding tussen Hoorn en Haarlem – de twee uiterste van onze EBG gemeente te zien. En ik vroeg mij af hoe de huisschilder daarbij kwam om zo een priegelwerk te maken. Misschien was er in de winter niet veel te schilderen en had hij zo nog bijverdiensten. Helaas vermelde het bordje niets meer over de maker en ook niets over de gelegenheid waardoor dit knipselwerk was ontstaan. Maar het was wel mooi.

En toen ik zo een tijde stond te kijken, wilde ik uiteraard ook weten, wat de heer De Jongh toen uitgeknipt had. Het bleek, na wat turen en gissen, een spreuk van Jan Jakob Lodewijk ten Kate te zijn. Dat was een tijdgenoot van de huisschilder uit Haarlem. Ten Kate was in die tijd dominee in Amsterdam en vooral bekend als vertaler van Duitse kerkliederen en als dichter van vrome poëzie. In ons EBG gezangboek vinden wij bijvoorbeeld het mooie Paaslied ‘Wees gegroet, gij eersteling der dagen’ waarmee wij vele jaren lang de Paasochtenddienst zijn begonnen. Ook liederen als ‘De Heer is mijn herder’ of ‘Laat mij in u blijven groeien, bloeien’ zijn van zijn hand.

En nu dit versje – waarschijnlijk uit zijn bundel ‘Lenteleven’ gehaald – zo mooi uitgeknipt en ingelijst. Het spreekt over Pasen en over dat wat daaraan vooraf gaat.

Geen leed wordt ons door God beschikt.
Waaruit geen bloemen bloeien
Wier geur het smachtend hart verkwikt
Vanwaar de balsem vloeien
Maar heb geduld. De nacht verdween
Straks zal de morgen blozen
Niet aanstonds groent de naakte steen
Maar eenmaal bloedt de winter heen.
Dan staat uw kruis vol rozen.

U merkt het al. Ten Kate is al wat ouderwets en ook zijn rijmen kunnen ons niet meer zo bekoren. Maar de inhoud is misschien nog wel van deze tijd. En dat juist in deze dagen waarin wij de natuur na een koude en donkere winter weer zien opbloeien en waarin leven daar opkomt waar alles droog en dood scheen. Het is ieder jaar weer opnieuw een wonder, ook al weet je van tevoren heel goed dat het zal gebeuren.

De dichter gebruikt dit jaarlijkse fenomeen om de mensen een hart onder de riem te steken, die in hun leven met dood en dorheid te maken hebben. Er zijn vele gelegenheden denkbaar waar dit vers op kan slaan: het overlijden van een dierbare, het verlies van de broodwinning, een ernstige ziekte, een ramp waarin alles kwijt is geraakt, vul maar in. Alle gelegenheden waar een mens moedeloos van kan worden en vol met vragen kan komen te zitten. Het antwoord, dat de dichtende dominee ons aanreikt, is: wacht maar, kijk maar uit – de dood en de dorheid duren niet eeuwig. Er komt ook in jouw leven een lente, waarin de bloemen weer zullen bloeien. De tijd, zo lijkt hij de lezer te willen zeggen, heelt alle wonden. Misschien is dat straks, misschien ook later. Maar het komt er wel. En alles, wat er gebeurt, hoe moeilijk en pijnlijk het op dit moment ook lijkt, zal uiteindelijk positief uitpakken. Je zult er uiteindelijk sterker uit voortkomen.

Dat lijken mooie gedachten. En ik kan mij best indenken dat zo een vers aan de muur troost en bemoediging kon bieden. Stel, je hebt net iemand verloren, je bent nog vol van pijn en verdriet en je kijkt dan naar de muur van je woonkamer, waar dit gedichtje hangt. Dat moet toch helpen.

Maar zo mooi de woorden ook zijn, er blijft toch iets knagen. En dat ligt niet alleen aan de ouderwetse taal. Het is opmerkelijk hoe veerkrachtig en kwik Ten Kate na een ramp weer verder lijkt te gaan. Ik vind het gemak verdacht, waarmee Ten Kate hier over zulke diepe gevoelens van rouw en verdriet heen stapt. Misschien doe ik hem nu onrecht, maar ik kan na een ramp, die mij treft, niet zo gemakkelijk doorgaan. Ik kan mij ook niet bij neerleggen en afwachten totdat alles maar vanzelf overgaat. Ik heb de ervaring meegemaakt dat bij elk verlies een wond, een litteken op de ziel achterblijft, dat blijft zeuren en hinderen. Dat gaat niet zomaar over en je groeit er niet zomaar overheen.

Er is meer voor nodig, meer tijd, meer kracht, meer hulp en vooral andere woorden. En daarom ben ik blij dat wij iedere jaar weer opnieuw op deze woorden worden gewezen, als wij met elkaar de Stille Week en Pasen vieren.

De Stille week, waarin de pijn en het verdriet, die een mens in zijn of haar leven tegen kan komen, aandacht en ruimte krijgen. Het werkt bevrijdend, om de rampen die ons treffen te kunnen spiegelen aan het lijden en de dood van Jezus Christus. Dat doen wij niet om te kunnen zegen: ‘Het kan nog erger, kijk maar’. Wij doen het om te kunnen beseffen dat God, de Schepper van hemel en aarde, weet heeft door welke diepten een mens in zijn leven kan gaan. En dat Hij bereid was om daarin dichtbij ons mensen te blijven, ons serieus te nemen en de rampen niet te ontwijken. Dat geeft mij de moed en de kracht om op Hem te blijven vertrouwen. En dat maakt mij bewust, hoe veel zo een ramp en zo een pijn tegen de natuur en de wil van de Schepper in gaan.

Want na de Stille Week komt er Pasen. Het feest waarin de dood overwonnen wordt en het licht de duisternis verlicht. Dat zijn voor mij krachtigere metaforen dan de bloemen, die weer bloeien, hoe mooi ze ook zijn. Want de Bijbelse woorden maken mij duidelijk dat het niet vanzelfsprekend is, wat hier gebeurt. Het is een wonder als het lukt om weer op te kunnen staan en verder te kunnen leven. Het is een geschenk als het leven je weer teruggegeven wordt. Het leven krijgt daardoor een nieuwe glans en waarde. Het wordt kostbaar en bijzonder. Het feest van de opstandig laat mij beseffen hoe mooi het leven is en dat het ook aan mij is, om het leven deze glans te laten behouden. Omdat het leven van God komt, omdat Hij ons het leven heeft toevertrouwd en omdat Hij ons in dit leven voorgaat.

Ik weet niet of dat voor u mooiere gedachten zijn, dan het gedicht van de dominee Ten Kate. Maar het zijn gedachten, die mij verder helpen. Ik zie ze ook terug in de schrik van de vrouwen en het onbegrip van de mannen waarmee zij in de eerste instantie op het wonder van de opstanding reageerden. Het graf is leeg en dat is niet vanzelfsprekend of niet te verwachten. Ik hoor het ook terug in de woorden van de twee mannen in het graf, die de moeite namen om uit te leggen, wat er was gebeurd. Zij maakten vanuit de geschriften van de wet en de profeten duidelijk, dat dit nieuwe leven een geschenk van God aan zijn mensen is. Ik merk dit op in de haast, die de leerlingen overvalt, als zij willen zien en proeven dat waar is wat wordt verteld. De haast komt voort uit de uitbundige vreugde waarmee de boodschap en het leven door worden gegeven en waarmee mensen geraakt worden door het evangelie van de opgestane Heer.

En dat maakt ook mij blij.

De Heer is opgestaan – Ja, Hij is waarlijk opgestaan.

(Stefan Bernhard)

De zondagen op weg naar Pasen

De Lijdenstijd oftewel Veertigdagentijd is begonne. Dat is de voorbereidingstijd op de Stille Week en op Pasen. Elke zondag daarin heeft een bijzondere naam, afgeleid van een vers uit de Psalmen of een ander Bijbelboek. Het zijn de eerste woorden uit de Latijnse intochtpsalmen waarmee in de traditie van de oude kerken de kerkdiensten op deze zondagen begonnen. Ik denk dat deze korte Bijbelverzen kunnen helpen, om de weg richting Pasen te gaan. Ik wens u een gezegende Lijdenstijd en Stille week toe. En ik wens u toe, dat deze tijd leidt tot een Vrolijk Pasen. Stefan Bernhard.

ESTOMIHI (3 maart)

(Wees mij een beschuttende rots! Ps. 31:3)

Strikt genomen hoort deze zondag nog niet bij de Lijdenstijd. Aswoensdag, de woensdag na zondag Estomihi, is pas het begin. Maar psalm 31 neemt ons meteen mee in de sfeer van de Lijdenstijd. De psalm vraagt aan God om nabijheid en begeleiding en spreekt het vertrouwen uit dat God in de moeilijkste momenten niet ver weg is. Dat geeft moed voor de weg, die voor ons ligt. Daarbij put de Psalm rijkelijk uit andere gebeden en Psalmen. Daarmee benadrukt hij nog eens: God is trouw en is dat altijd geweest. Je mag dat niet vergeten ook als het tegendeel het geval lijkt. Jezus heeft vaak Psalmen gebeden. Dat weten wij uit de evangelies. Nog aan het kruis heeft hij dat gedaan: wij horen hem met woorden uit Psalm 22 spreken: ‘Mijn God, waarom hebt U mij verlaten’, en later met woorden uit Psalm 31: ‘In uw handen leg ik mijn Geest’. Zo dicht naast elkaar zijn wanhoop en vertrouwen.

EERSTE LIJDENSZONDAG: INVOCAVIT (10 maart)

(Roept hij Mij aan, Ik zal hem antwoorden. Ps. 91:15)

Het lijkt wel alsof dit vers uit Psalm 91 een antwoord geeft op de vraag uit Psalm 31. De weg naar Jeruzalem is begonnen en daarmee ook de weg die Jezus naar het kruis leidt. Alhoewel er nog vaak gelegenheid zal zijn, om van die weg af te stappen, zal Jezus dat niet doen. Maar hij zal de ‘beschutting van de allerhoogste’ en de ‘schaduw van de ontzagwekkende’ (Ps. 91:1) wel nodig hebben. Er wordt gezegd, dat Psalm 91 een avondgebed is. Van Martin Luther kennen wij een ander avondgebed: ‘Heer, blijf bij ons, want het is avond en de nacht zal komen. Blijf bij ons en bij uw ganse Kerk aan de avond van de dag, aan de avond van het leven, aan de avond van de wereld. Blijf bij ons met uw genade en goedheid, met uw troost en zegen, met uw woord en sacrament. Blijf bij ons wanneer over ons komt de nacht van beproeving en van angst, de nacht van twijfel en aanvechting, de nacht van de strenge, bittere dood. Blijf bij ons in leven en in sterven, in tijd en eeuwigheid. Amen.’

TWEEDE LIJDENSZONDAG: REMINISCERE (17 maart)

(Gedenk uw barmhartigheid, Here. Ps. 25:6)

Psalm 25 is een bijzondere Psalm. Het is geen samenhangend gedicht, maar een opsomming van enkele verzen rond een gezamenlijk thema. Iedere vers begint met een ander letter van het Hebreeuws alfabet. Van ‘A’ tot ‘Z’ wordt nagedacht over God en hoe Hij ons in ons leven nabij is. Maar er wordt ook gesproken over waar wij Hem kwijt kunnen raken. Daarbij komen vele onderwerpen langs. Ik stel mij voor dat je deze opsomming goed onderweg kan gebruiken om je bij de les te houden en op de goede weg te blijven. Misschien heeft Jezus met zijn leerlingen onderweg van Galilea naar Jeruzalem over deze Psalm gesproken. Daarbij hoort ook dat je soms God in herinnering roept, dat Hij trouw moet blijven. God heeft deze herinnering waarschijnlijk niet nodig, maar wij mensen hebben wel de bevestiging nodig. Het is net zoals kinderen vaak aan hun ouders vragen: ‘Je houdt toch van me?’, of geliefden niet moe worden om elkaar te zeggen: ’Ik heb je lief!’

DERDE LIJDENSZONDAG: OCULI (24 maart)

(Mijn ogen zien bestendig op de Here. Ps. 25:15)

Nog een vers uit psalm 25, dit keer wat verderop. Het woord ‘bestendig’ valt op. Onderweg door het leven komen wij vele mensen tegen en praten wij over verschillende dingen. Wij kunnen zeker niet zeggen, dat wij God altijd in gedachten of voor ogen hebben. Voor de leerlingen, die toen met Jezus onderweg waren, was dat anders, als wij op de Bijbel afgaan. In hun groeide gaandeweg het besef, hoe bijzonder Jezus was en dat Hij echt de Messias was. Ze merkten het in de manier hoe hij met hen sprak, hoe hij mensen langs de weg bejegende en hielp. Op een gegeven moment vroeg Jezus hen: ‘Wie denken jullie dat ik ben?’ Petrus sprak toen uit wat zij allemaal dachten: ‘U bent de Messias’. Dat is een bijzonder belijdenis. Maar dezelfde Petrus heeft later, in Jeruzalem, drie keer gezegd dat hij Jezus niet kende en niet wist wie hij was. Het valt niet mee, om altijd God of zijn Zoon in gedachten te houden en met Hem door het leven te gaan – niet voor de leerlingen toen en ook niet voor ons nu.

VIERDE LIJDENSZONDAG: LAETARE (31 maart)

(Verheugt u met Jeruzalem. Jes. 66:10)

Op deze zondag is er geen Psalmvers, maar een vers uit een lied van de Profeet Jesaja. De zondag heeft ook een andere sfeer dan de andere zondagen in de Lijdenstijd. Hij is hoopvoller en vrolijker van aard, alsof door al de zorgen over het naderende einde al de hoop van het vervolg doorheen straalt. Midden in de Lijdenstijd licht al iets van Pasen op. De zondag wordt daarom ook ‘klein Pasen’ genoemd. Het lijkt wel een adempauze op de enerverende weg van Jezus die naar de dood aan het kruis leidt. Of het is, iets menselijker, een adempauze in de lange vastentijd, die nu al bijna vier weken duurt en nog een tijdje zal duren. Wij weten dat de Goede Vrijdag niet het einde van het verhaal van Jezus is. Het feest van Pasen komt eraan, wij kunnen de dagen al tellen. Maar wij zijn er nog niet. Daarvoor komt nog een ander verhaal. Daarvoor komt de Lijdensweg naar het kruis. Je ziet het doel al voor je, maar je weet dat daarvoor nog een ontzettend moeilijk stuk weg ligt. Er is geen afkorting of omweg mogelijk. Maar er is wel hoop.

VIJFDE LIJDENSZONDAG: JUDICA (7 april)

(Doe mij recht, o God. Ps. 43:1)

Je vraagt je af, wie in Psalm 43 aan het woord is. Is het Jezus, die al weet dat hij onterecht beschuldigd en veroordeeld zal worden en daarom zijn recht bij God opeist? God is altijd de laatste instantie geweest, waar mensen naar toe konden gaan als hen door hun medemensen onrecht werd aangedaan. Daarom was er ook zoiets als kerkasiel. Maar Jezus heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Hij heeft liefde en trouw gepreekt en geleefd. Daardoor is hij tot een bedreiging voor de machtigen geworden en daarom moest hij sterven. Dat is niet eerlijk en niet terecht. Het is wel zo gebeurd. Maar recht zal altijd zegevieren en God zal altijd aan het langste eind trekken. Daarmee eindigt de Psalm. Maar wat is met de mensen, die schuldig zijn aan de dood van Jezus, geworden? Zal God voor hen rechtvaardig zijn, of is Hij genadig?

PALMZONDAG (14 april)

Deze zondag heeft geen Bijbelvers als naam meegekregen. Zijn naam laat ons denken aan de Palmbladeren, die de mensen op de weg legden toen Jezus de stad Jeruzalem binnenreed. Het was een intocht als van een koning. Maar korte tijd later zullen dezelfde mensen roepen, dat Jezus gekruisigd moest worden. Zijn wij mensen dan zo snel om te praten? Laten wij iemand zo snel vallen als hij niet aan onze verwachtingen voldoet? Wij mensen zijn niet trouw. De naam van de zondag laat mij ook denken aan een lied dat vaak op begrafenissen wordt gezongen: ‘Nanga Palm wi de go…’ Omdat Jezus trouw zijn weg tot het bittere einde is gegaan, zullen wij eenmaal als overwinnaars het koninkrijk van God binnen mogen gaan. Dat is een genade en geen recht, want de trouw van mensen kan verkeren. In de jubel van de menigte toen in Jeruzalem, is misschien daarom ookeen gebed opgenomen. Sommigen denken namelijk dat de roep ‘Hosanna’ komt uit Psalm 118:25: ‘Heer, help ons en red ons.’ Dat zou heel goed kunnen.

RSS Dagteksten van de Evangelische Broedergemeente
  • Dagtekst Nederlands
    Dinsdag, 23 Juli 2019Uit de diepte roep ik tot U, HEER, hoor mijn stem.Ps. 130:1-2Jezus zei tegen zijn leerlingen:: Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang!Mat. 14:27