Overdenking met Pasen

In een wat donker hoekje in het Westfries museum in Hoorn kwam ik het kunstwerkje tegen. In eerste instantie was het vooral het kunstige knipwerk wat mijn aandacht trok. Daarna ook het bordje daaronder, dat vermeldde dat dit knipselwerk in 1887 gemaakt was door Hendrikus Jacobus de Jongh, huisschilder te Haarlem. Ik vond het grappig, deze verbinding tussen Hoorn en Haarlem – de twee uiterste van onze EBG gemeente te zien. En ik vroeg mij af hoe de huisschilder daarbij kwam om zo een priegelwerk te maken. Misschien was er in de winter niet veel te schilderen en had hij zo nog bijverdiensten. Helaas vermelde het bordje niets meer over de maker en ook niets over de gelegenheid waardoor dit knipselwerk was ontstaan. Maar het was wel mooi.

En toen ik zo een tijde stond te kijken, wilde ik uiteraard ook weten, wat de heer De Jongh toen uitgeknipt had. Het bleek, na wat turen en gissen, een spreuk van Jan Jakob Lodewijk ten Kate te zijn. Dat was een tijdgenoot van de huisschilder uit Haarlem. Ten Kate was in die tijd dominee in Amsterdam en vooral bekend als vertaler van Duitse kerkliederen en als dichter van vrome poëzie. In ons EBG gezangboek vinden wij bijvoorbeeld het mooie Paaslied ‘Wees gegroet, gij eersteling der dagen’ waarmee wij vele jaren lang de Paasochtenddienst zijn begonnen. Ook liederen als ‘De Heer is mijn herder’ of ‘Laat mij in u blijven groeien, bloeien’ zijn van zijn hand.

En nu dit versje – waarschijnlijk uit zijn bundel ‘Lenteleven’ gehaald – zo mooi uitgeknipt en ingelijst. Het spreekt over Pasen en over dat wat daaraan vooraf gaat.

Geen leed wordt ons door God beschikt.
Waaruit geen bloemen bloeien
Wier geur het smachtend hart verkwikt
Vanwaar de balsem vloeien
Maar heb geduld. De nacht verdween
Straks zal de morgen blozen
Niet aanstonds groent de naakte steen
Maar eenmaal bloedt de winter heen.
Dan staat uw kruis vol rozen.

U merkt het al. Ten Kate is al wat ouderwets en ook zijn rijmen kunnen ons niet meer zo bekoren. Maar de inhoud is misschien nog wel van deze tijd. En dat juist in deze dagen waarin wij de natuur na een koude en donkere winter weer zien opbloeien en waarin leven daar opkomt waar alles droog en dood scheen. Het is ieder jaar weer opnieuw een wonder, ook al weet je van tevoren heel goed dat het zal gebeuren.

De dichter gebruikt dit jaarlijkse fenomeen om de mensen een hart onder de riem te steken, die in hun leven met dood en dorheid te maken hebben. Er zijn vele gelegenheden denkbaar waar dit vers op kan slaan: het overlijden van een dierbare, het verlies van de broodwinning, een ernstige ziekte, een ramp waarin alles kwijt is geraakt, vul maar in. Alle gelegenheden waar een mens moedeloos van kan worden en vol met vragen kan komen te zitten. Het antwoord, dat de dichtende dominee ons aanreikt, is: wacht maar, kijk maar uit – de dood en de dorheid duren niet eeuwig. Er komt ook in jouw leven een lente, waarin de bloemen weer zullen bloeien. De tijd, zo lijkt hij de lezer te willen zeggen, heelt alle wonden. Misschien is dat straks, misschien ook later. Maar het komt er wel. En alles, wat er gebeurt, hoe moeilijk en pijnlijk het op dit moment ook lijkt, zal uiteindelijk positief uitpakken. Je zult er uiteindelijk sterker uit voortkomen.

Dat lijken mooie gedachten. En ik kan mij best indenken dat zo een vers aan de muur troost en bemoediging kon bieden. Stel, je hebt net iemand verloren, je bent nog vol van pijn en verdriet en je kijkt dan naar de muur van je woonkamer, waar dit gedichtje hangt. Dat moet toch helpen.

Maar zo mooi de woorden ook zijn, er blijft toch iets knagen. En dat ligt niet alleen aan de ouderwetse taal. Het is opmerkelijk hoe veerkrachtig en kwik Ten Kate na een ramp weer verder lijkt te gaan. Ik vind het gemak verdacht, waarmee Ten Kate hier over zulke diepe gevoelens van rouw en verdriet heen stapt. Misschien doe ik hem nu onrecht, maar ik kan na een ramp, die mij treft, niet zo gemakkelijk doorgaan. Ik kan mij ook niet bij neerleggen en afwachten totdat alles maar vanzelf overgaat. Ik heb de ervaring meegemaakt dat bij elk verlies een wond, een litteken op de ziel achterblijft, dat blijft zeuren en hinderen. Dat gaat niet zomaar over en je groeit er niet zomaar overheen.

Er is meer voor nodig, meer tijd, meer kracht, meer hulp en vooral andere woorden. En daarom ben ik blij dat wij iedere jaar weer opnieuw op deze woorden worden gewezen, als wij met elkaar de Stille Week en Pasen vieren.

De Stille week, waarin de pijn en het verdriet, die een mens in zijn of haar leven tegen kan komen, aandacht en ruimte krijgen. Het werkt bevrijdend, om de rampen die ons treffen te kunnen spiegelen aan het lijden en de dood van Jezus Christus. Dat doen wij niet om te kunnen zegen: ‘Het kan nog erger, kijk maar’. Wij doen het om te kunnen beseffen dat God, de Schepper van hemel en aarde, weet heeft door welke diepten een mens in zijn leven kan gaan. En dat Hij bereid was om daarin dichtbij ons mensen te blijven, ons serieus te nemen en de rampen niet te ontwijken. Dat geeft mij de moed en de kracht om op Hem te blijven vertrouwen. En dat maakt mij bewust, hoe veel zo een ramp en zo een pijn tegen de natuur en de wil van de Schepper in gaan.

Want na de Stille Week komt er Pasen. Het feest waarin de dood overwonnen wordt en het licht de duisternis verlicht. Dat zijn voor mij krachtigere metaforen dan de bloemen, die weer bloeien, hoe mooi ze ook zijn. Want de Bijbelse woorden maken mij duidelijk dat het niet vanzelfsprekend is, wat hier gebeurt. Het is een wonder als het lukt om weer op te kunnen staan en verder te kunnen leven. Het is een geschenk als het leven je weer teruggegeven wordt. Het leven krijgt daardoor een nieuwe glans en waarde. Het wordt kostbaar en bijzonder. Het feest van de opstandig laat mij beseffen hoe mooi het leven is en dat het ook aan mij is, om het leven deze glans te laten behouden. Omdat het leven van God komt, omdat Hij ons het leven heeft toevertrouwd en omdat Hij ons in dit leven voorgaat.

Ik weet niet of dat voor u mooiere gedachten zijn, dan het gedicht van de dominee Ten Kate. Maar het zijn gedachten, die mij verder helpen. Ik zie ze ook terug in de schrik van de vrouwen en het onbegrip van de mannen waarmee zij in de eerste instantie op het wonder van de opstanding reageerden. Het graf is leeg en dat is niet vanzelfsprekend of niet te verwachten. Ik hoor het ook terug in de woorden van de twee mannen in het graf, die de moeite namen om uit te leggen, wat er was gebeurd. Zij maakten vanuit de geschriften van de wet en de profeten duidelijk, dat dit nieuwe leven een geschenk van God aan zijn mensen is. Ik merk dit op in de haast, die de leerlingen overvalt, als zij willen zien en proeven dat waar is wat wordt verteld. De haast komt voort uit de uitbundige vreugde waarmee de boodschap en het leven door worden gegeven en waarmee mensen geraakt worden door het evangelie van de opgestane Heer.

En dat maakt ook mij blij.

De Heer is opgestaan – Ja, Hij is waarlijk opgestaan.

(Stefan Bernhard)

De zondagen op weg naar Pasen

De Lijdenstijd oftewel Veertigdagentijd is begonne. Dat is de voorbereidingstijd op de Stille Week en op Pasen. Elke zondag daarin heeft een bijzondere naam, afgeleid van een vers uit de Psalmen of een ander Bijbelboek. Het zijn de eerste woorden uit de Latijnse intochtpsalmen waarmee in de traditie van de oude kerken de kerkdiensten op deze zondagen begonnen. Ik denk dat deze korte Bijbelverzen kunnen helpen, om de weg richting Pasen te gaan. Ik wens u een gezegende Lijdenstijd en Stille week toe. En ik wens u toe, dat deze tijd leidt tot een Vrolijk Pasen. Stefan Bernhard.

ESTOMIHI (3 maart)

(Wees mij een beschuttende rots! Ps. 31:3)

Strikt genomen hoort deze zondag nog niet bij de Lijdenstijd. Aswoensdag, de woensdag na zondag Estomihi, is pas het begin. Maar psalm 31 neemt ons meteen mee in de sfeer van de Lijdenstijd. De psalm vraagt aan God om nabijheid en begeleiding en spreekt het vertrouwen uit dat God in de moeilijkste momenten niet ver weg is. Dat geeft moed voor de weg, die voor ons ligt. Daarbij put de Psalm rijkelijk uit andere gebeden en Psalmen. Daarmee benadrukt hij nog eens: God is trouw en is dat altijd geweest. Je mag dat niet vergeten ook als het tegendeel het geval lijkt. Jezus heeft vaak Psalmen gebeden. Dat weten wij uit de evangelies. Nog aan het kruis heeft hij dat gedaan: wij horen hem met woorden uit Psalm 22 spreken: ‘Mijn God, waarom hebt U mij verlaten’, en later met woorden uit Psalm 31: ‘In uw handen leg ik mijn Geest’. Zo dicht naast elkaar zijn wanhoop en vertrouwen.

EERSTE LIJDENSZONDAG: INVOCAVIT (10 maart)

(Roept hij Mij aan, Ik zal hem antwoorden. Ps. 91:15)

Het lijkt wel alsof dit vers uit Psalm 91 een antwoord geeft op de vraag uit Psalm 31. De weg naar Jeruzalem is begonnen en daarmee ook de weg die Jezus naar het kruis leidt. Alhoewel er nog vaak gelegenheid zal zijn, om van die weg af te stappen, zal Jezus dat niet doen. Maar hij zal de ‘beschutting van de allerhoogste’ en de ‘schaduw van de ontzagwekkende’ (Ps. 91:1) wel nodig hebben. Er wordt gezegd, dat Psalm 91 een avondgebed is. Van Martin Luther kennen wij een ander avondgebed: ‘Heer, blijf bij ons, want het is avond en de nacht zal komen. Blijf bij ons en bij uw ganse Kerk aan de avond van de dag, aan de avond van het leven, aan de avond van de wereld. Blijf bij ons met uw genade en goedheid, met uw troost en zegen, met uw woord en sacrament. Blijf bij ons wanneer over ons komt de nacht van beproeving en van angst, de nacht van twijfel en aanvechting, de nacht van de strenge, bittere dood. Blijf bij ons in leven en in sterven, in tijd en eeuwigheid. Amen.’

TWEEDE LIJDENSZONDAG: REMINISCERE (17 maart)

(Gedenk uw barmhartigheid, Here. Ps. 25:6)

Psalm 25 is een bijzondere Psalm. Het is geen samenhangend gedicht, maar een opsomming van enkele verzen rond een gezamenlijk thema. Iedere vers begint met een ander letter van het Hebreeuws alfabet. Van ‘A’ tot ‘Z’ wordt nagedacht over God en hoe Hij ons in ons leven nabij is. Maar er wordt ook gesproken over waar wij Hem kwijt kunnen raken. Daarbij komen vele onderwerpen langs. Ik stel mij voor dat je deze opsomming goed onderweg kan gebruiken om je bij de les te houden en op de goede weg te blijven. Misschien heeft Jezus met zijn leerlingen onderweg van Galilea naar Jeruzalem over deze Psalm gesproken. Daarbij hoort ook dat je soms God in herinnering roept, dat Hij trouw moet blijven. God heeft deze herinnering waarschijnlijk niet nodig, maar wij mensen hebben wel de bevestiging nodig. Het is net zoals kinderen vaak aan hun ouders vragen: ‘Je houdt toch van me?’, of geliefden niet moe worden om elkaar te zeggen: ’Ik heb je lief!’

DERDE LIJDENSZONDAG: OCULI (24 maart)

(Mijn ogen zien bestendig op de Here. Ps. 25:15)

Nog een vers uit psalm 25, dit keer wat verderop. Het woord ‘bestendig’ valt op. Onderweg door het leven komen wij vele mensen tegen en praten wij over verschillende dingen. Wij kunnen zeker niet zeggen, dat wij God altijd in gedachten of voor ogen hebben. Voor de leerlingen, die toen met Jezus onderweg waren, was dat anders, als wij op de Bijbel afgaan. In hun groeide gaandeweg het besef, hoe bijzonder Jezus was en dat Hij echt de Messias was. Ze merkten het in de manier hoe hij met hen sprak, hoe hij mensen langs de weg bejegende en hielp. Op een gegeven moment vroeg Jezus hen: ‘Wie denken jullie dat ik ben?’ Petrus sprak toen uit wat zij allemaal dachten: ‘U bent de Messias’. Dat is een bijzonder belijdenis. Maar dezelfde Petrus heeft later, in Jeruzalem, drie keer gezegd dat hij Jezus niet kende en niet wist wie hij was. Het valt niet mee, om altijd God of zijn Zoon in gedachten te houden en met Hem door het leven te gaan – niet voor de leerlingen toen en ook niet voor ons nu.

VIERDE LIJDENSZONDAG: LAETARE (31 maart)

(Verheugt u met Jeruzalem. Jes. 66:10)

Op deze zondag is er geen Psalmvers, maar een vers uit een lied van de Profeet Jesaja. De zondag heeft ook een andere sfeer dan de andere zondagen in de Lijdenstijd. Hij is hoopvoller en vrolijker van aard, alsof door al de zorgen over het naderende einde al de hoop van het vervolg doorheen straalt. Midden in de Lijdenstijd licht al iets van Pasen op. De zondag wordt daarom ook ‘klein Pasen’ genoemd. Het lijkt wel een adempauze op de enerverende weg van Jezus die naar de dood aan het kruis leidt. Of het is, iets menselijker, een adempauze in de lange vastentijd, die nu al bijna vier weken duurt en nog een tijdje zal duren. Wij weten dat de Goede Vrijdag niet het einde van het verhaal van Jezus is. Het feest van Pasen komt eraan, wij kunnen de dagen al tellen. Maar wij zijn er nog niet. Daarvoor komt nog een ander verhaal. Daarvoor komt de Lijdensweg naar het kruis. Je ziet het doel al voor je, maar je weet dat daarvoor nog een ontzettend moeilijk stuk weg ligt. Er is geen afkorting of omweg mogelijk. Maar er is wel hoop.

VIJFDE LIJDENSZONDAG: JUDICA (7 april)

(Doe mij recht, o God. Ps. 43:1)

Je vraagt je af, wie in Psalm 43 aan het woord is. Is het Jezus, die al weet dat hij onterecht beschuldigd en veroordeeld zal worden en daarom zijn recht bij God opeist? God is altijd de laatste instantie geweest, waar mensen naar toe konden gaan als hen door hun medemensen onrecht werd aangedaan. Daarom was er ook zoiets als kerkasiel. Maar Jezus heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Hij heeft liefde en trouw gepreekt en geleefd. Daardoor is hij tot een bedreiging voor de machtigen geworden en daarom moest hij sterven. Dat is niet eerlijk en niet terecht. Het is wel zo gebeurd. Maar recht zal altijd zegevieren en God zal altijd aan het langste eind trekken. Daarmee eindigt de Psalm. Maar wat is met de mensen, die schuldig zijn aan de dood van Jezus, geworden? Zal God voor hen rechtvaardig zijn, of is Hij genadig?

PALMZONDAG (14 april)

Deze zondag heeft geen Bijbelvers als naam meegekregen. Zijn naam laat ons denken aan de Palmbladeren, die de mensen op de weg legden toen Jezus de stad Jeruzalem binnenreed. Het was een intocht als van een koning. Maar korte tijd later zullen dezelfde mensen roepen, dat Jezus gekruisigd moest worden. Zijn wij mensen dan zo snel om te praten? Laten wij iemand zo snel vallen als hij niet aan onze verwachtingen voldoet? Wij mensen zijn niet trouw. De naam van de zondag laat mij ook denken aan een lied dat vaak op begrafenissen wordt gezongen: ‘Nanga Palm wi de go…’ Omdat Jezus trouw zijn weg tot het bittere einde is gegaan, zullen wij eenmaal als overwinnaars het koninkrijk van God binnen mogen gaan. Dat is een genade en geen recht, want de trouw van mensen kan verkeren. In de jubel van de menigte toen in Jeruzalem, is misschien daarom ookeen gebed opgenomen. Sommigen denken namelijk dat de roep ‘Hosanna’ komt uit Psalm 118:25: ‘Heer, help ons en red ons.’ Dat zou heel goed kunnen.

RSS Dagteksten van de Evangelische Broedergemeente
  • Dagtekst Nederlands
    Donderdag, 23 Mei 2019Uw woord was mij tot vreugde en tot blijdschap in mijn hart, want Uw Naam is over mij uitgeroepen, HEERE, God van de legermachten.Jer. 15:16 (HSV)Gelukkig zij die het woord van God horen en het bewaren.Luc 11:28 (WV)