De actuele kerkdienst van de EBG Noord-Holland

Wilt u een collecte overmaken dan kunt u dat doen  via de  links hiernaast of naar:

  • NL68 INGB 0000 4713 80
  • t.n.v. Evangelische Broedergemeente Haarlem.
  • Graag in de omschrijving duidelijk aangeven voor welk doel uw collecte bestemd is!

Wij vragen collecten voor de EBG Noord-Holland (1e collecten) en voor Pax, de organisatie achter de vredesweek (2e collecte) en de kosten van de kerkdienst of onderhoud van het kerkgebouw (3e collecte)

2e collecte – PAX – www.paxvoorvrede.nl/
De vredesweek in september is bekend binnen de kerk. De drijvende motor daarachter is PAX, een interkerkelijke organisatie. Ze steunt een aantal vredesprojecten wereldwijd, voornamelijk in conflict- en spanningsgebieden en werk aan vredeseducatie in ons land. De EBG Nederland is lid van PAX en wij allen zijn opgeroepen om dit werk te steunen.

Meer ideeën voor een kerkdienst thuis en geloofsopvoeding met kinderen vindt u via onderstaande links:

Kerkdiensten in 2020

5 januari 2020,  11.00 u – Nieuwjaarsdienst in Haarlem

Per 1 januari 2020 verandert het volgende wat betreft de kerkdiensten:

  • 1e zondag van de maand – regionale kerkdienst (afgewisseld in Haarlem om 11.00 of Alkmaar om 12.30)
  • 2e zondag van de maand – plaatselijke kerkdiensten in Haarlem (om 10.30) en Hoorn (om 13.00)
  • 3e zondag van de maand – plaatselijke kerkdiensten in Haarlem (om 10.30) en Alkmaar (om 12.00)
  • 4e zondag van de maand – plaatselijke kerkdienst in Haarlem (om 10.30) en Zaandam (om 12.30)
  • 5e zondag van de maand – plaatselijke kerkdienst in Haarlem (om 10.30)

Rond de kerkelijke feestdagen Pasen, Pinksteren en Kerst kan hiervan afgeweken worden. Zie het rooster in het kerkblad of op de website voor de details. Alle leden en vrienden van de EBG zijn in elk van de kerkdiensten welkom. U kunt dus graag gaan buurten in een andere plaats.

Voor meer informatie zie Nieuws

Overdenking bij de Augustusmaand - Hernhuttermaand 2020

“Verstrooid levend en toch verbonden in de naam van Jezus” –  zo luidt het motto van de Augustusmaand 2020. Wij voelen ons met elkaar verbonden in een gemeenschap, ook al leek het alsof wij ver van elkaar verwijderd zijn. Het kleine virus heeft ons leven aardig op de kop en ons allemaal op afstand van elkaar gezet. Je kan het ermee eens zijn of niet, maar afstand houden is een succesvol middel gebleken om de verspreiding van het virus af te remmen en kwetsbare mensen voor een zware ziekte te bewaren.  

Deze afstand was en is niet gemakkelijk vol te houden. Je wilt elkaar zien, je wilt elkaar kunnen aanraken, in de armen nemen, gewoon de drie kusjes geven ter begroeting. Je wilt naast elkaar kunnen zitten om samen mooie dingen te beleven of moeilijke momenten te delen. Je wilt met elkaar kunnen eten om de gemeenschap en het leven te vieren. Anders, zo was onze vrees, zouden wij elkaar kwijt raken. 

Onze manier van samenleven is ook niet op afstand gebouwd. Wij moeten samen kunnen werken, bij elkaar kunnen winkelen, met elkaar kunnen leren en studeren, bij elkaar op afspraak kunnen komen om ons leven te organiseren en ons werk te kunnen doen.  

Hoe werkt dan ons leven en onze samenleving als wij niet bij elkaar kunnen komen? Gelukkig leven wij in een technisch goed ontwikkeld land. Internet is overal beschikbaar, de smartphone is heel gewoon. Met vallen en opstaan heeft een groot deel van ons in de afgelopen maanden geleerd om daarmee om te gaan. Facetimen, skypen en whatsappen hebben hun bedreigende klank verloren. Wij zitten zo in een stevig netwerk en kunnen elkaar makkelijk vinden, ook al kunnen wij elkaar niet fysiek ontmoeten. 

Om echt met elkaar verbonden te zijn en te blijven, is echter meer nodig. Het motto hierboven is naar aanleiding van de dagteksten van 13 augustus 2020 opgesteld. Ze luiden:   

“Zijn striemen brachten ons genezing.” Jesaja 53:5  

“Jezus zou sterven voor het volk, en niet alleen voor het volk, maar ook om de verstrooide kinderen van God bijeen te brengen.” Johannes 11:51-52 

Als wij in de bijbelse tekst duiken, dan merken wij dat zowel in de tijd van Jesaja als ook in de tijd van Jezus, het volk van God gevaar liep om uiteen te vallen. Er was in beide gevallen sprake van een stevige dreiging van buiten. In de tijd van Jesaja hadden de Babyloniërs Jeruzalem onder de voet gelopen en een groot deel van de bewoners naar Babylon meegenomen. Daar zaten de kinderen van Israël dan en dachten na hoe het zover had kunnen komen en hoe ze het beste met deze situatie om konden gaan. Ze zaten ver van hun thuisland en geloofden niet dat het ooit weer zo zou worden als het was. Ze waren de mensen, die in Jeruzalem achter waren gebleven,  kwijt geraakt. Ze voelden zich afgesloten van de bron van hun identiteit en geloof, van de tempel in Jeruzalem. 

Toen zong de profeet een lied van een knecht van God. Maar deze dienaar leek zwak, machteloos en verslagen, net zoals zij zelf. Het lied werkte als een spiegel. Gaandeweg echter werd het een raam. Het bood uitzicht op de mogelijkheid, dat deze zwakte en dit leed juist niet de ondergang van het volk en zijn geloof betekende, maar een nieuw begin mogelijk maakte.  

Ver van Jeruzalem, in een vijandige omgeving konden ze opnieuw leren, wat de God van Abraham, Izaäk en Jakob voor hen betekende. Hij was de God, die zijn volk onder leiding van Mozes en Mirjam veilig uit Egypte en door de woestijn had geleid. Ze konden opnieuw leren hoe ze met deze God konden leven en welke rites, gebruiken en overtuigingen hun hielpen om zich staande te houden en zichzelf te blijven. De verhalen en de gebruiken verbonden zij met elkaar.  

Het lied over de knecht van God, dat Jesaja zingt, maakt dit alles voor het volk begrijpelijk en zichtbaar. Het verbond de ballingen in Babylon met de mensen die achtergebleven waren in Jeruzalem en met de vele vluchtelingen, die naar alle windstreken waren uiteengejaagd. Het schiep een gezamenlijke identiteit. Ze begonnen daarom de verhalen op te schrijven en naar elkaar te sturen. Ze namen contact op met mensen, die onbereikbaar leken, maar die ze toch zo dichtbij voelden.  

Iets soortgelijks gebeurde ook in de tijd van Jezus. Toen dreven de Romeinen het volk Israël  uiteen. De Joodse leiders keken hulpeloos toe. En toen kwam Jezus en bracht mensen op de been. Hij verbond hen opnieuw met elkaar en met God.  Nadat hij aan het kruis gestorven was, werd deze verbinding niet zwakker, maar juist sterker. Meer nog dan de tradities en gebruiken van het volk, of een gebouw als de tempel, bracht de gedeelde herinnering aan deze Jezus Christus de mensen bij elkaar. Het wonder uit de tijd van Jesaja herhaalde zich op een aangepaste manier in de beginnende christelijke gemeente. Nu waren het niet alleen de Joden die elkaar vonden. Het geloof in Jezus bouwde ook een brug naar andere volken. 

In de afgelopen weken hebben wij elkaar niet losgelaten. Ik zou graag een keer willen tellen hoeveel telefoontjes, kaarten, whatsappberichten in onze gemeente heen en weer zijn verstuurd. Het moet een gigantisch aantal geweest zijn. U deed dat niet, omdat ik u dat gevraagd had. U deed het, omdat u zich met elkaar verbonden voelt door het gezamenlijke geloof dat u deelt, door de herinneringen aan wat u samen hebt beleefd in de kerk, door de rituelen, die u gebruikt en de verhalen over Jezus Christus, die u aan elkaar doorgeeft. Om dit kostbare netwerk niet uiteen te laten vallen heeft u zich verdiept in de moderne techniek en uw schroom overwonnen om het internet te gebruiken.  

Er wordt nu vaak gevraagd, wat wij uit deze crisis geleerd hebben, en wat ons het kleine virus heeft gebracht. Sommigen zeggen, dat ze geleerd hebben dat minder consumeren mogelijk en mooi is. Anderen zeggen, dat ze de rust in hun leven weer teruggevonden hebben. Wij kunnen hopelijk nog daaraan toevoegen, dat wij opnieuw ontdekt hebben, dat het geloof ons met elkaar verbindt – in iedere geval veel meer dan wij vroeger beseften. 

Stefan Bernhard