Archief

Augustus 2020: Overdenking bij de Augustusmaand - Hernhuttermaand 2020

“Verstrooid levend en toch verbonden in de naam van Jezus” –  zo luidt het motto van de Augustusmaand 2020. Wij voelen ons met elkaar verbonden in een gemeenschap, ook al leek het alsof wij ver van elkaar verwijderd zijn. Het kleine virus heeft ons leven aardig op de kop en ons allemaal op afstand van elkaar gezet. Je kan het ermee eens zijn of niet, maar afstand houden is een succesvol middel gebleken om de verspreiding van het virus af te remmen en kwetsbare mensen voor een zware ziekte te bewaren.  

Deze afstand was en is niet gemakkelijk vol te houden. Je wilt elkaar zien, je wilt elkaar kunnen aanraken, in de armen nemen, gewoon de drie kusjes geven ter begroeting. Je wilt naast elkaar kunnen zitten om samen mooie dingen te beleven of moeilijke momenten te delen. Je wilt met elkaar kunnen eten om de gemeenschap en het leven te vieren. Anders, zo was onze vrees, zouden wij elkaar kwijt raken. 

Onze manier van samenleven is ook niet op afstand gebouwd. Wij moeten samen kunnen werken, bij elkaar kunnen winkelen, met elkaar kunnen leren en studeren, bij elkaar op afspraak kunnen komen om ons leven te organiseren en ons werk te kunnen doen.  

Hoe werkt dan ons leven en onze samenleving als wij niet bij elkaar kunnen komen? Gelukkig leven wij in een technisch goed ontwikkeld land. Internet is overal beschikbaar, de smartphone is heel gewoon. Met vallen en opstaan heeft een groot deel van ons in de afgelopen maanden geleerd om daarmee om te gaan. Facetimen, skypen en whatsappen hebben hun bedreigende klank verloren. Wij zitten zo in een stevig netwerk en kunnen elkaar makkelijk vinden, ook al kunnen wij elkaar niet fysiek ontmoeten. 

Om echt met elkaar verbonden te zijn en te blijven, is echter meer nodig. Het motto hierboven is naar aanleiding van de dagteksten van 13 augustus 2020 opgesteld. Ze luiden:   

“Zijn striemen brachten ons genezing.” Jesaja 53:5  

“Jezus zou sterven voor het volk, en niet alleen voor het volk, maar ook om de verstrooide kinderen van God bijeen te brengen.” Johannes 11:51-52 

Als wij in de bijbelse tekst duiken, dan merken wij dat zowel in de tijd van Jesaja als ook in de tijd van Jezus, het volk van God gevaar liep om uiteen te vallen. Er was in beide gevallen sprake van een stevige dreiging van buiten. In de tijd van Jesaja hadden de Babyloniërs Jeruzalem onder de voet gelopen en een groot deel van de bewoners naar Babylon meegenomen. Daar zaten de kinderen van Israël dan en dachten na hoe het zover had kunnen komen en hoe ze het beste met deze situatie om konden gaan. Ze zaten ver van hun thuisland en geloofden niet dat het ooit weer zo zou worden als het was. Ze waren de mensen, die in Jeruzalem achter waren gebleven,  kwijt geraakt. Ze voelden zich afgesloten van de bron van hun identiteit en geloof, van de tempel in Jeruzalem. 

Toen zong de profeet een lied van een knecht van God. Maar deze dienaar leek zwak, machteloos en verslagen, net zoals zij zelf. Het lied werkte als een spiegel. Gaandeweg echter werd het een raam. Het bood uitzicht op de mogelijkheid, dat deze zwakte en dit leed juist niet de ondergang van het volk en zijn geloof betekende, maar een nieuw begin mogelijk maakte.  

Ver van Jeruzalem, in een vijandige omgeving konden ze opnieuw leren, wat de God van Abraham, Izaäk en Jakob voor hen betekende. Hij was de God, die zijn volk onder leiding van Mozes en Mirjam veilig uit Egypte en door de woestijn had geleid. Ze konden opnieuw leren hoe ze met deze God konden leven en welke rites, gebruiken en overtuigingen hun hielpen om zich staande te houden en zichzelf te blijven. De verhalen en de gebruiken verbonden zij met elkaar.  

Het lied over de knecht van God, dat Jesaja zingt, maakt dit alles voor het volk begrijpelijk en zichtbaar. Het verbond de ballingen in Babylon met de mensen die achtergebleven waren in Jeruzalem en met de vele vluchtelingen, die naar alle windstreken waren uiteengejaagd. Het schiep een gezamenlijke identiteit. Ze begonnen daarom de verhalen op te schrijven en naar elkaar te sturen. Ze namen contact op met mensen, die onbereikbaar leken, maar die ze toch zo dichtbij voelden.  

Iets soortgelijks gebeurde ook in de tijd van Jezus. Toen dreven de Romeinen het volk Israël  uiteen. De Joodse leiders keken hulpeloos toe. En toen kwam Jezus en bracht mensen op de been. Hij verbond hen opnieuw met elkaar en met God.  Nadat hij aan het kruis gestorven was, werd deze verbinding niet zwakker, maar juist sterker. Meer nog dan de tradities en gebruiken van het volk, of een gebouw als de tempel, bracht de gedeelde herinnering aan deze Jezus Christus de mensen bij elkaar. Het wonder uit de tijd van Jesaja herhaalde zich op een aangepaste manier in de beginnende christelijke gemeente. Nu waren het niet alleen de Joden die elkaar vonden. Het geloof in Jezus bouwde ook een brug naar andere volken. 

In de afgelopen weken hebben wij elkaar niet losgelaten. Ik zou graag een keer willen tellen hoeveel telefoontjes, kaarten, whatsappberichten in onze gemeente heen en weer zijn verstuurd. Het moet een gigantisch aantal geweest zijn. U deed dat niet, omdat ik u dat gevraagd had. U deed het, omdat u zich met elkaar verbonden voelt door het gezamenlijke geloof dat u deelt, door de herinneringen aan wat u samen hebt beleefd in de kerk, door de rituelen, die u gebruikt en de verhalen over Jezus Christus, die u aan elkaar doorgeeft. Om dit kostbare netwerk niet uiteen te laten vallen heeft u zich verdiept in de moderne techniek en uw schroom overwonnen om het internet te gebruiken.  

Er wordt nu vaak gevraagd, wat wij uit deze crisis geleerd hebben, en wat ons het kleine virus heeft gebracht. Sommigen zeggen, dat ze geleerd hebben dat minder consumeren mogelijk en mooi is. Anderen zeggen, dat ze de rust in hun leven weer teruggevonden hebben. Wij kunnen hopelijk nog daaraan toevoegen, dat wij opnieuw ontdekt hebben, dat het geloof ons met elkaar verbindt – in iedere geval veel meer dan wij vroeger beseften. 

Stefan Bernhard 

Juni 2020: Actuele voorbeden in de tijd van Corona (6 juni 2020)

Heer, hoor mijn gebed, laat mijn hulpkreet U bereiken. Verberg uw gelaat niet voor mij, nu ik in nood verkeer” (Psalm 102:2,3).

“Wie in de beschutting van de Allerhoogste woont en overnacht in de schaduw van de Ontzagwekkende, zegt tegen de Heer: Mijn toevlucht, mijn vesting, mijn God, op U vertrouw ik” (Psalm 91:1,2)

“U, Heer, bent goed en tot vergeving bereid, uw trouw is groot voor ieder die U aanroept. Hoor mijn gebed, Heer, luister naar mijn smeken. In dit uur van mijn nood roep ik U aan, geen God is U gelijk, Heer, uw daden zijn zonder weerga. U bent groot, U doet wonderen, U alleen bent God” (Psalm 86:5-8,10)

Met de woorden van deze Psalmen nader ik tot U en smeek U, wil ook mijn gebed horen, als ik tot U roep om hulp, om redding en bevrijding.

In deze corona-tijd waarin wij nu leven en het Covid-19 virus nog steeds in verschillende landen slachtoffers maakt, bidden wij U: om wijsheid voor regeringen van heel veel landen in deze wereld; wij bidden voor het land waarin wij wonen, namelijk Nederland. Maar ook voor de andere Europese landen.

Wij denken vooral aan landen in de zogenaamde Derde Wereld, met name aan Zuid-Amerika, waar steeds meer mensen met dit virus besmet worden. In het bijzonder bidden wij voor Suriname, nu gebleken is, dat er waarschijnlijk door de verkiezingen meer mensen met dit virus besmet zijn.

Wij bidden voor de regering om wijsheid bij alle besluiten die genomen worden om de verspreiding van dit virus te stoppen; om uw kracht en bijstand bidden wij voor het verzorgend personeel, artsen en verpleegkundigen in ziekenhuizen, verpleegtehuizen en bejaardencentra, bij het bijzondere en zware werk, dat zij in dit verband moeten verrichten.

Wij bidden voor de bevolking van Suriname, dat zij zich in acht mag nemen en de afspraken die gemaakt zijn mag nakomen. Wij bidden ook in deze tijd, nu de voorlopige uitslag van de verkiezingen bekendgemaakt is, voor Suriname om eensgezindheid, om goede verstandhoudingen tussen verschillende partijen, op politiek, maatschappelijk en religieus gebed, vooral met betrekking tot de toekomst van Suriname.

Ontferm U, Heer over land en volk van Suriname, van de Marowijne tot de Corantijn en van Oceaan tot Zuidgrens. In Jezus Naam, bidden wij! Amen!

(Een gebed geschreven door br. Humbert Hessen, bisschop van de Broeder-Uniteit)

April 2020
Hij stelde een gedenkdag in voor zijn wonderen, genadig en liefdevol is de HEER. (Psalm 111:4)

‘De mensen leren niet uit hun geschiedenis’, hoorde ik tijdens een literatuurfestival de Surinaamse schrijfster Cynthia McLoyd verzuchten. Ik schrok over haar woorden, juist uit de mond van iemand, die als geen ander geschiedenis vertelt om mensen daarvan bewust te maken.  Maar als ik naar onze wereld kijk, dan moet haar wel een beetje gelijk geven. Ondanks alles wat wij over de slavernij weten, zijn er nog steeds mensen, die beweren dat het allemaal niet zo erg is geweest. Er worden ook nog steeds mensen uitgebuit, tot slaaf gemaakt, onvrijwillig aan het werk gesteld in bordelen, in huishoudingen, op bouwplaatsen en in de mijnen in vele landen. En wij hebben er baat bij. Ondanks dat wij de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog uitentreuren hebben gehoord, zijn er nog steeds mensen, die rechts-radicale ideeën aanhangen. Er worden opnieuw Joden uitgescholden, mensen in zogenaamde ‘rassen’ gerangschikt en naties tegen elkaar uitgespeeld. En wij kijken er niet van op. Hebben wij dan niets geleerd?

In de kerk herdenken wij sinds 2000 jaar de Goede Week en vieren wij Pasen. Ik vind ieder jaar de drieslag heel bijzonder van: het Heilig Avondmaal op Witte Donderdag, wanneer Jezus afscheid neemt van al zijn leerlingen; de Sterfuurliturgie op Goede Vrijdag, wanneer Hij terechtgesteld wordt en de Opstandingsdienst op 1e Paasdag, wanneer zijn graf leeg gevonden wordt. Hier houdt een Mensenzoon de liefde en verbondenheid met zijn medemensen in stand. Hier ondergaat de Zoon van God willens en wetens de diepste vernedering, die een mens kan ondergaan. Hier toont God zijn wil en zijn kracht om de macht van de dood te  doorbreken. En dit alles gebeurt, zodat wij beter van worden. Hebben wij mensen dan echt niets uit geleerd?

Ik denk, dat wij in de afgelopen eeuwen wel een stuk verder zijn gekomen op weg naar meer menselijkheid. Want wij vinden het allang niet meer gewoon dat er zoiets als slavernij bestaat en wij zeggen er iets van als mensen discrimineren. Radicale ideeën, vooral van rechts, worden niet meer zomaar voor lief genomen. Dat gebeurt nog te weinig en nog lang niet overal. Maar er is een begin gemaakt die niet meer te stoppen is –  daar geloof ik heilig in.

Daarom bid ik met Pasen vaak een gebed dat mij daaraan herinnert:

Jezus Christus, met U wil ik opstaan tegen nood en dood,
tegen marteling en lijden, tegen armoede en ellende,
tegen haat en terreur, tegen twijfel en berusting,
tegen onderdrukking en dwang.
Met U wil ik opstaan tegen alles wat het leven hindert.
Met U wil ik instaan voor alles wat het leven stimuleert.
Wees Gij met mij opdat ik met U opsta. Amen.

Het gebed is van de Zwitserse Franciscaan Anton Rotzetter (geb. 1939). Ik ben blij dat ik dit heb kunnen leren en onthouden.

Stefan Bernhard

Maart 2020
klimaatvasten 2020

Zoveel als je nodig hebt…

Onder dit motto roepen veel kerken in Duitsland ook dit jaar weer op tot ‘klimaatvasten’ (Klimafasten.de). Vorig jaar hadden we hier ook al over dit initiatief verteld. We vonden het heel goed om voorstellen te krijgen voor een zinvolle Vastentijd of Lijdenstijd. Dit jaar begint een nieuwe campagne. Het belangrijkste doel is om met elkaar te bespreken welke maatregelen mogelijk zijn om klimaatvriendelijker te leven.

(Met dank aan Stefan Richter van de EBG Hamburg)

Inleiding van de initiatiefnemers

Sinds enkele maanden gaan jonge mensen over de hele wereld de straat op. Ze willen politici ertoe aan te zetten om consequenter op te treden voor de bescherming van het klimaat. Het behoud van de schepping verenigt mensen over de hele wereld. Veel protestantse en katholieke christenen hebben zich solidair getoond met de eisen van de jongeren en hebben zichtbaar en hoorbaar deelgenomen aan “Fridays for Future” en de grote klimaatdemonstraties. Een “ethiek van genoeg”, die de twee kerken al lang eisen, wordt steeds plausibeler en is dringend nodig. De klimaatvastencampagne biedt een verscheidenheid aan suggesties voor het oefenen van zo’n “ethiek van genoeg”. Wij willen ervoor zorgen dat iedereen – zowel de huidige generatie als de toekomstige generaties – genoeg heeft om van te leven. Maar het gaat er ook om ervoor te zorgen dat degenen die te veel hebben het genoeg kunnen laten zijn. Om na te denken over de juiste maatregel en deze steeds weer in praktijk te brengen, wensen wij u succes en Gods zegen in de vastentijd van 2020.

Dr. Irmgard Schwaetzer, Präses an de synode van de ‘Evangelische Kirche in Deutschland‘,

en Karin Kortmann, Vizevoorzitter van het ‘Zentralkomitee der deutschen Katholiken’

Week 1 – EEN WEEK LANG TIJD…

… voor mijn ecologische voetafdruk

Wij mensen in Nederland veroorzaken gemiddeld 11 ton broeikasgassen per jaar, sommigen slechts 5 ton of minder, anderen 18 ton of meer, afhankelijk van onze levensstijl. Het zijn ook de dagelijkse gewoontes die onze persoonlijke voetafdruk bepalen en invloed hebben op hoeveel we bijdragen aan de opwarming van de aarde.

Met de volgende 12 vragen kunt u zelf beoordelen hoe goed u al aandacht besteedt aan een klimaatvriendelijke levensstijl. (Tel gewoon de punten naast uw antwoorden bij elkaar op).

  1. ‘s Nachts of als ik niet thuis ben, zet ik de temperatuur in de kamer lager tijdens de stookperiode. – altijd (0 pts) vaak (3 pts) zelden (6 pts) nooit (9 pts)
  2. bij het luchten let ik op dat ik de ramen voor korte tijd, helemaal open doe 9in plaats van ze langdurig op een kier te zetten) de schokluchthuishouding in het koude seizoen. -altijd (0 pts) vaak (3 pts) zelden (6 pts) nooit (9 pts)
  3. voordat ik de kamer verlaat, doe ik de lichten uit en zorg ik ervoor dat de radio, TV, PC… volledig zijn uitgeschakeld. (= Niet stand by). – altijd (0 pts) vaak (2 pts) zelden (4 pts) nooit (6 pts)
  4. bij de aankoop van elektrische apparaten let ik op een laag stroomverbruik, voor verlichting gebruik ik LED-lampen – altijd (0 pt) vaak (2 pt) zelden (4 pt) nooit (6 pt)
  5. Ik rijd in mijn auto per jaar: – helemaal niet (0 pts) tot 5.000 km (3 pts) tot 7.500 km (6 pts) meer dan 7.500 km (9 pts)
  6. voor afstanden onder de 3 km loop of fiets ik. -altijd (0 pts) vaak (3 pts) zelden (6 pts) nooit (9 pts)
  7. In de afgelopen 3 jaar heb ik met het vliegtuig gereisd: – helemaal niet (0 pts) 1 of 2 keer (3 pts) 3-5 keer (6 pts) meer dan 5 keer (9 pts)
  8. Ik eet doordeweeks worst en vlees (in gram): – 0 g (0 pts) 1-400 g (3 pts) 401-800 g (6 pts) >800 g (9 pts)
  9. wanneer ik boodschappen doe dan koop ik producten uit de regio en groenten of fruit van het seizoen. – altijd (0 pts) vaak (3 pts) zelden (6 pts) nooit (9 pts)
  10. Ik bestel graag online kleren en als ze niet passen, stuur ik ze terug. -altijd (9 punten) vaak (6 punten) zelden (3 punten) nooit (0 punten)
  11. Voordat ik iets nieuws koop, vraag ik me af of ik het echt nodig heb en of ik het ook gebruikt kan kopen. – altijd (0 pts) vaak (4 pts) zelden (8 pts) nooit (12 pts)
  12. Bij de aanschaf van nieuwe apparatuur let ik op kwaliteit en duurzaamheid. – altijd (0 pts) vaak (4 pts) zelden (8 pts) nooit (12 pts)

Resultaat: waat sta ik?

  • Onder de 30 punten: U besteedt heel bewust aandacht aan uw ecologische voetafdruk – respect!
  • 30 tot 60 punten: U bent nog steeds onder het gemiddelde van de Nederlandse inwoners, maar er zijn manieren om het een of het ander te verbeteren.
  • Meer dan 60 punten: U vermoedt waarschijnlijk al dat uw gewoontes hebben geleid tot een hogere productie van broeikasgassen en een sterke invloed op het klimaat hebben.

Het maakt niet uit hoeveel punten u hebt berekend. U krijgt de komende weken enkele suggesties. Probeer om sommige voorstellen uit te voeren.

WEEK 2 – EEN WEEK LANG TIJD …

… voor mijn energie

Een comfortabel warme woonkamer, muziek uit de stereo-installatie, een goed verlichte werkoppervlak, een warme douche… Centrale verwarming en elektriciteit maken het leven aangenaam. Maar hiervoor hebben we, ondanks vele efficiënte apparaten nog steeds veel energie nodig. Hoe minder, hoe efficiënter en bewuster we verwarmen, verlichten of koken en hoe meer zon- en windenergie we gebruiken, hoe beter voor het klimaat en hoe gemakkelijker het is om geen fossile brandstoffen meer te gebruiken.

DEZE WEEK …

  • – ben ik bezig met het verwijderen van een overbodig elektrisch apparaat in mijn huishouden.
  • – controleer ik welke lichtbronnen in mijn huishouden nog niet zijn omgebouwd naar zuinige LED’s.
  • – verlaag ik de kamertemperatuur met 1 °C en merk hoe comfortabel ik me voel met mijn favoriete trui en een mooie deken om op de bank te liggen.
  • – sluit ik de deuren van verwarmde kamers.
  • – ontdooi ik de koelkast en diepvriezer.
  • – controleer ik mijn gewoontes om het huis te luchten: Ik open de ramen en de deur maar voor een korte tijd!
  • – onderzoek ik of overstap naar een groene stroomleverancier of de deelname aan een energiecoöperatie loont.

“De energietransitie van elk individu is onze weg naar een betere toekomst.” (Torben Gösch (*1976), journalist gespecialiseerd in onderwerpen van de energie-industrie)

WEEK 3 – EEN WEEK LANG TIJD …

… voor voedselbesparing

Gooi ik veel eten weg? De meeste mensen zouden waarschijnlijk “nee” antwoorden. Toch belandt bijna een tiende van alle voedingsmiddel in de afvalbak in Nederland. Dat is niet alleen onverantwoordelijk gezien de 800 miljoen mensen die wereldwijd honger lijden, maar het is ook jammer: de productie van voedsel verbruikt grondstoffen. Ze zijn te kostbaar om ze weg te gooien. Dus laten we deze week leren om voorzichtiger te zijn met eten.

DEZE WEEK…

  • – controleer ik of ik mijn eten correct bewaar en pas het zo nodig aan zodat de etenswaren zo lang mogelijk bewaard blijven.
  • – krijg ik een overzicht van wat er het meest dringend nodig is en nodig vrienden of familie uit om samen met restjes te koken.
  • – denk ik na over wat er de komende dagen op het menu moet staan en plan mijn boodschappen in (Wat ben ik van plan te doen? Eet ik thuis? Krijg ik bezoek?).
  • – besluit ik in de supermarkt producten tegen gereduceerde prijs te kopen met een verlopen houdbaarheidsdatum.

“Voedsel weggooien is als stelen van de tafel van de armen en de hongerigen.” (Paus Franciscus)

WEEK 4 – EEN WEEK LANG TIJD…

… voor eerlijke informatie- en communicatietechnologieën

Wij gebruiken Smartphone, Tablet en Co. als vanzelfsprekend. Wij genieten van de voordelen van Smart TV en maken gebruik van streaming diensten. Maar zijn wij ons ook bewust van de invloed die computers, internet en elektronische media hebben op ons milieu en klimaat? Laten we onderzoeken hoe we energie en grondstoffen kunnen besparen door bewust gebruik te maken van ICT.

DEZE WEEK …

  • – krijg ik een overzicht van de elektronische apparaten in mijn huishouden en denk na over welke ik echt nodig heb.
  • – denk ik na of ik met minder ICT in huis kan: bijvoorbeeld het delen van een printer met de buren, een dubbele SIM-smartphone voor zakelijk en privégebruik.
  • – verminder ik mijn tijd online, want het runnen van datacenters en het gebruik van websearches kost veel energie.
  • – kijk ik hoeveel stroom mijn PC verbruikt (de werking van de PC veroorzaakt ongeveer 32 € stroomkosten en 58 kg CO2 per jaar).
  • – besluit ik om “trouw” te zijn: Ik gebruik mijn apparaten zo lang mogelijk en controleer of ik ze kan repareren of technisch kan upgraden.
  • – Ik informeer me over de arbeidsomstandigheden en de milieu-impact in de IT-industrie en de duurzaamheidskeurmerken in de elektronicasector (bijv. EUEcolabel, TCO Certified, EPEAT Gold en Blue Angel).

“Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen … Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn..” (Mattheus 6:19.21)

WEEK 5 – EEN WEEK LANG TIJD …

… voor een andere mobiliteit

Er is geen vooruitgang te zien als het gaat om de milieu- en gezondheidseffecten van het auto- en reisverkeer: de lengte van de files op de wegen neemt jaar na jaar toe – in 2019 nam de filedruk met 17% toe ten opzichte van 2018. Ook hert aantal vliegbewegingen boven ons land steeg. En een 14-daagse cruise veroorzaakt meer dan 3t CO2 per persoon. Dergelijke cijfers maken de zoektocht naar klimaatvriendelijke en gezonde alternatieven urgenter dan ooit.

DEZE WEEK …

  • – hou ik een mobiliteitsdagboek bij. Neem ik de auto voor ritten onder de 3 km? Ik probeer dit te vermijden tijdens de vastentijd.
  • – ben ik mijn volgende vakantie aan het plannen: waar en hoe kan ik op een klimaatvriendelijke manier reizen? Wat betekent vakantie voor mij? Worden deze behoeften alleen vervuld als ik ver weg reis? Voor de reis naar mijn vakantiebestemming controleer ik de opties bus en/of (nacht)trein. Voor buitenlandse bestemmingen is treinreiswinkel.nl een goede hulp.
  • – kom ik meer te weten over het openbaar vervoer op de vakantiebestemming, over fiets- en autoverhuur of over autodelen.
  • – laat ik mijn fiets onderhouden.
  • – houd ik me bewust aan het nieuwe snelheidslimiet van 100 km/u overdag op de snelweg.

“Om te beseffen dat de lucht overal blauw is, hoef je niet over de hele wereld te reizen.” (Johann Wolfgang von Goethe, Duitse dichter uit de 19e eeuw)

WEEK 6 – EEN WEEK LANG TIJD …

… voor een leven zonder plastic

Plastic zijn overal en heeft een revolutie teweeggebracht in ons leven. Geen wonder, want geen enkel ander materiaal is zo veelzijdig, duurzaam, licht en vervormbaar als kunststof. Naar schatting is er sinds 1950 8,3 miljard ton van geproduceerd. Voor sommige producten is het onvervangbaar. Het overgrote deel wordt echter gebruikt voor verpakkingen met een zeer korte levensduur. En elke Nederlander produceert jaarlijks ongeveer 30 kg kunststofverpakkingsafval.

DEZE WEEK…

  • – meet ik hoeveel plastic afval ik in de afgelopen week heb verzameld. Welke verpakking irriteert mij het meest?
  • – probeer ik zo weinig mogelijk plastic te kopen: Ik doe fruit, groenten, brood en broodjes in kleine katoenen zakjes.
  • – krijg ik een overzicht van onnodig plastic in mijn dagelijks leven en vervang het: herbruikbaar in plaats van plastic, boterhamzakjes uit papier in plaats van plastic, herbruikbare bekers in plaats van koffiekopjes – er zijn tal van alternatieven.
  • – kijk ik aan het eind van de week of ik minder plastic afval heb; Is het minder dan vorige week? Waar kon ik gemakkelijk zonder plastic? Welke verandering vond ik moeilijk?
  • – ga ik een wandeling maken en verzamel onderweg zoveel mogelijk plastic afval.

“Afgezien van de kleine hoeveelheid die werd verbrand – en het is een zeer kleine hoeveelheid – is elk stukje plastic dat ooit werd gemaakt nog steeds aanwezig.” (Charles Moore, oceanograaf en ontdekker van de grote draaikolk van plastic afval in de Stille Oceaan, die 34 keer zo groot is als Nederland.)

WEEK 7 – EEN WEEK LANG TIJD …

… voor gemeenschappelijke veranderingen

De vastentijd loopt ten einde en daarmee de tijd waarin we ons hebben gericht op een bewust gebruik van de middelen in Gods schepping. Met Pasen zijn we blij dat er iemand is die ons kracht geeft voor verandering en ons eraan herinnert dat we een zegen kunnen worden voor onze medeschepselen, mensen, dieren en planten.

IN DEZE WEEK…

  • – organiseer ik een wandeling met familie/vrienden/buren, waarop we de veranderingen van de lente in de natuur gaan bekijken.
  • – noteren wij voor ons als een zichtbare herinnering welke punten we verder willen nastreven en nadenken over wat vanaf nu een vaste plaats kan innemen in ons dagelijks leven.
  • – informeer ik naar initiatieven voor klimaatbescherming in mijn woonplaats en omgeving en probeer met geëngageerde mensen daar te praten en betrokken te raken.
  • – vertel ik anderen over mijn ervaringen en inzichten. Omdat we weten dat je, om anderen te motiveren, goede rolmodellen nodig hebt.

“Waar zouden we op uit komen als iedereen zei, waar zouden op uit komen en niemand zou gaan kijken waar we op uit zouden komen als we op weg gingen?” (Kurt Marti, (1921-2017) Zwitserse dominee en schrijver)

Januari 2020
Woord voor het jaar 2020: Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp. (Marcus 9:24)

Stefanie Bahlinger Woord 2019

Vierklank: Goedemorgen, heer Marcus, fijn dat u bereid bent om een interview te geven over een van de stukken uit uw Bijbelboek.

Marcus: Ik doe dat graag. Het is altijd fijn om over Jezus te praten.

Vierklank: Maar juist daarom begrijp ik dit stukje ook niet zo goed: ‘Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp.’ Wat bedoelde u daarmee, toe u het opschreef? Ik bedoel: of je gelooft of je gelooft niet. Zo simpel is het toch?

Marcus: Nou, ik weet niet of het zo simpel ligt. U moet begrijpen dat Jezus een bijzondere man was. Maar je wist eerst niet zo goed wat je met hem aan moest. De mensen van Galilea en Judea waren opgegroeid in het besef, dat de Messias er ooit zal komen. En daar keken wij allemaal naar uit. Maar onze ouders hadden ons ook ingeprent om niet ieder mens, die zei dat hij de Messias was, op zijn bruine ogen te geloven. Er waren vele zogenaamde messiassen die toen door het land trokken en je het blauw van de hemel beloofden. Ook Jezus werd daarom niet meteen geloofd.

Vierklank: U vond dus Jezus in het begin onbetrouwbaar?

Marcus: Dat is misschien wat sterk uitgedrukt. Maar, ik had wel eerst een zekere twijfel. Ik moest eerst kijken of hij werkelijk was wie hij beweerde te zijn.

Vierklank: Maar van uw twijfel is weinig terug te lezen in uw boek. Wel over de twijfel van anderen.

Marcus: Klopt. Ik heb de rol van de verslaglegger op mij genomen. Ik heb opgeschreven wat ik opgevangen heb in de ontmoetingen van Jezus met anderen. Maar dat betekent niet, dat ik mij ook niet herken in de mensen die ik beschrijf.

Vierklank: Kunt u daar een voorbeeld van geven?

Marcus: Neem gewoon het stukje waarin de zin over geloof en ongeloof staat. Jezus was net met drie van de leerlingen teruggekomen van een bergtocht. Ze hadden daar iets bijzonders meegemaakt. Pas later begreep ik dat ze op de bergtop een soort verschijning hadden gezien. Ze zagen Mozes en Elia naast Jezus staan en hadden ook de stem van God gehoord, die bevestigde: ‘Dit is mijn geliefde zoon’. Dat was een sterk teken. Maar daarop aangesproken zei Jezus, dat er nog veel onbegrip en afkeer tegen hem zal zijn. Daarom spraken zij ook niet zo veel over die belevenis.

Vierklank: En was dat dan de aanleiding om met de andere leerlingen over ongeloof en geloof te spreken?

Marcus: Nee, dat ging anders. Toen Jezus weer bij de andere leerlingen terugkwam, stonden die opgewonden met een groep mensen te discussiëren. Het bleek dat een man zijn zieke zoon naar de leerlingen had gebracht met het verzoek om de jongen te genezen. Maar wat de leerlingen ook deden, de jongen bleef doodziek. En dat werd hen niet in dank afgenomen. Als de leerlingen niet konden helpen, dan zou hun Meester ook niet te vertrouwen zijn, zo werd er gezegd.

Vierklank: En toen greep Jezus in?

Marcus: Ja, maar hij ging niet in discussie. Hij richtte zich tot de vader van het kind. Het bleek trouwens om bezetenheid te gaan, een soort epilepsie. De jongen had er al vanaf zijn vroege jeugd behoorlijk last van en de ouders waren ten einde raad. Ze grepen iedere strohalm aan om de jongen te redden. Daarom was de vader ook bij de leerlingen van Jezus gekomen.

Vierklank: Die hem ook niet konden helpen.

Marcus: Nee, dat klopt. Toch bleef de man wachten. Dat vond ik sterk van hem. Hij wilde alles proberen. En daarom was hij blij dat hij Jezus zelf te pakken kreeg.

Vierklank: Hoe reageerde Jezus daarop?

Marcus: In eerste instantie niet erg vriendelijk. Hij zuchtte en schold tegen de leerlingen, alsof het allemaal hun schuld was. Misschien hadden ze ook niet hun best gedaan. Of misschien waren ze met hun pogingen hun boekje te buiten gegaan. Jezus liet dat een beetje in het midden.

Vierklank: Maar de vader had ook zijn twijfels. Ik lees hier, nadat hij Jezus nog een keer de voorgeschiedenis had verteld: ‘Maar als u iets kunt doen, heb dan medelijden met ons en help ons.’

Marcus: Ik kan dat wel begrijpen. De man had al vaak tevergeefs ergens om hulp aangeklopt en was iedere keer met lege handen weggestuurd. Zijn kind was nog steeds ziek. Hij kon zijn zoon niet helpen. Als ouder is dat een vreselijke gedachte. Je ziet je kind lijden, maar wat je ook probeert, niets lijkt te helpen. En iedereen die je om hulp vraagt, moet het laten afweten. Dan slaat de twijfel toe.

Vierklank: En toch is het verhaal nog niet afgelopen.

Marcus: Nee, want Jezus pakt het blijkbaar anders aan. Hij gaat niet meteen met de zoon aan de slag, maar behandelt eerst de vader, bij wijze van spreken. Hij sterkt zijn geloof. ‘Alles is mogelijk voor wie gelooft’, zegt Jezus.

Vierklank: Nogal een sterke uitspraak, gezien de ervaringen van de vader.

Marcus: Ja, maar Jezus spreekt daarmee juist de kracht aan, die in de vader leeft en hem steeds weer op pad laat gaan naar de volgende hulpverlener. Hij graaft het geloof uit, dat in de man onder al de teleurstellende ervaringen bedolven was geraakt. Hij brengt het weer naar boven.

Vierklank: En nu komt de zin over geloof en ongeloof.

Marcus: De vader zegt dat tegen Jezus. Deze zin maakt zo mooi duidelijk, dat in het ongeloof, in de twijfel en de teleurstellingen, die mensen uiten, ook het verlangen verborgen ligt, om wel te kunnen geloven. Anders had de man allang opgegeven. Dit verlangen wordt vaak gevoed door de liefde voor anderen, in dit geval door de liefde voor de zoon. Deze liefde drijft de vader voort en laat hem uiteindelijk uitkomen bij Jezus.

Vierklank: Kan Jezus de vader en de zoon helpen?

Marcus: De boze geest wordt uitgedreven, de zoon wordt gezond. Dat gebeurde op een nogal dramatische manier. Maar het gaat niet om de manier, het gaat erom dat het kind en de vader aan het leven teruggegeven zijn. Geloof is sterker gebleken dan de twijfel en de dodelijke ziekte van de boze geest.

Vierklank: Iets wat later in uw boek nog vaker gebeurt.

Marcus: Tot de dood van Jezus aan toe.

Vierklank: Ik heb hier een afbeelding, die een kunstenares uit onze tijd bij de uitspraak over geloof en ongeloof

heeft gemaakt. Kunt u zich hierin vinden?

Marcus: Ik ben niet zo goed in schilderijen, vooral als ze zo abstract zijn. Maar, ik zie in de rode figuur iets van de vader, die de grenzen van zijn ongeloof wil oprekken en te buiten treedt. Misschien staat de rode figuur ook voor Jezus. Ik zie daarin ook zijn kruis. Maar dat is maar mijn bescheiden mening.

Vierklank: Heer Marcus, wij danken u voor dit gesprek.

Marcus: Ik dank u voor deze gelegenheid en wens u veel geloof in het nieuwe jaar.

Het gesprek voerde Stefan Bernhard namens de Vierklank. / Afbeelding van Stefanie Bahlinger, Mössingen, www.verlagambirnbach.de

December 2019: Kerstgedachte

Christingle kind

 

Eén ster
maakt de lucht minder dreigend.

Eén kaars
maakt de nacht minder zwart.

Eén hand
maakt de weg minder eenzaam.

Eén stem
maakt de dag minder stil.

Eén vonk
kan begin van nieuw vuur zijn.

Eén noot
het begin van een lied.

Eén kind
het begin van een toekomst.

Eén wens
het begin van een jaar.

(Jacqueline Roelofs – van der Linden)

December 2019: Aan het begin van de Advent

Sinterklaas is weer in het land. En daarmee is ook de discussie rond ‘zwarte piet’ weer losgebarsten. Velen zullen denken: Ach, hou toch op! Je verpest een onschuldig kinderfeest! Inmiddels is het onderwerp ook op een andere plek losgebarsten, daar waar vele volwassenen aan het spelen zijn. Racisme is een probleem. Dat was het al heel lang en is het altijd geweest. Maar wij hebben weggekeken en onze oren gesloten.

‘Houd dit nooit op? Wij worden en moe van!’, hoor ik vele mensen ook in onze gemeente zeggen. Maar ze bedoelen daarmee niet dat ze moe van de discussies worden. Ze worden moe van dat het probleem nog steeds de wereld niet uit is.

De bijbel vertelt ons van een hoop die niet dooft, van de verwachting, die blijft leven, namelijk dat vrede, rechtvaardigheid en gelijkheid werkelijkheid kunnen worden. De woorden van de profeten en de berichten over de komst van Jezus Christus willen ons moed maken. Ze zeggen ons:

Blijf geloven in een wereld waarin het beter is!  Blijf het visioen van Gods Koninkrijk vasthouden! Blijf vertrouwen in Jezus Christus, de Messias!

Dat is het visioen van een wereld, waarin alle tranen worden afgewist.

Ook de tranen van een klein kind dat voor de zoveelste keer als ‘zwarte piet’ is uitgemaakt en belachelijk is gemaakt. Ook de tranen van een talentvolle voetbalspeler die vernedert en uitgejouwd is. Ook voor hen kwam God op aarde.

(Stefan Bernhard)

September 2019: Gebed uit de kerkdienst van 1 september 2019

Wie wil tegen U vechten, Heer? Wie kan U terecht wijzen? Wie kan weten op wat voor manieren u aan het werk bent in ons leven? We kijken naar U op – vol vertrouwen en eerbied. Met iedereen die naar U vraagt, die op zoek is naar U, die wacht op U. bidden wij tot u: Heer, ontferm u.

Wij brengen de stilte voor U van hen, die niet langer gerechtigheid of redding verwachten, Mensen die verjaagd zijn uit hun moeder- of vaderland, Die van huis en haard, van waardigheid en veiligheid beroofd zijn Voor hen die veracht zijn, miskent of vergeten bidden wij tot u: Heer, ontferm u.

Wij brengen het leed voor U van hen, die bespot worden en niet terugvechten kunnen, die niet begrijpen wat er met hen gebeurt, die gepest worden, de kinderen die in armoede leven, die misbruikt worden, die in hun vaardigheden miskent  worden. Voor hen, die vaak geen stem hebben, geen woorden om hun leed te klagen bidden wij tot u: Heer, ontferm u.

Wij brengen de stille klaagzangen voor U van hen, Die lijden aan deze wereld en aan hun leven. Mensen die vechten tegen ziekte en pijn. Mensen die niet weten wat hen overkomt en daardoor in zich zelf ontregeld raken. Mensen die gevangenen zitten in geestelijke nood. Voor hen die hulp vragen en voor hen die niet meer durven te vragen bidden wij tot u: Heer, ontferm u.

We brengen voor U onze hoop en onze zorgen, aan het begin van een nieuw seizoen, aan een nieuw jaar van werk, school of studie. Wij kijken uit naar de nieuwe uitdagingen, dankbaar voor de mogelijkheden die wij hebben. Wij kijken op tegen de eisen die gesteld worden, bang dat wij falen.  Wij kijken naar de weg die voor ons ligt, onzeker of deze weg de goede is. Voor ons die leven in deze wereld en hopen op uw nabijheid bidden wij tot u: Heer, ontferm u.

Wij brengen voor U het geloof van uw kinderen, die in deze wereld uw getuigen willen zijn. Uw kerk op aarde, die in de verschillende plaatsen en culturen uw evangelie verkondigt. Uw gemeente in deze regio, die op weg is naar een andere vorm en samenwerking. Uw kinderen, onze broeders en zuster, die samen willen getuigen van uw liefde. Voor ons die wij geloven in uw trouw en wijsheid en liefde bidden wij tot u: Heer, ontferm u.

Bij U, God, zoeken we onze toevlucht. Soms weten we niet, hoe we U recht kunnen doen, waar U met ons naartoe gaat. Maar we bidden, vol vertrouwen, In de naam van uw zoon Jezus Christus. Amen.

(naar aanleiding van Job 23 en met dank aan het Wochengebet van de VELKD)

Augustus 2019: Augustusmaand

“Jezus geeft leven in al zijn volheid” – Met deze woorden viert de EBG Nederland in dit jaar de augustusmaand. U  zult deze tekst daarom ook op de augustusmaandlintjes zien staan. Wij hebben ons laten inspireren door de tweede dagtekst van 13 augustus 2019, waarin Jezus als de goede Herder zijn schapen belooft: ‘Ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid.’ Maar wat is leven in volheid?

Laatst zag ik een videoclip van een DJ die graag beroemd wilde worden.  Hij had een song geschreven, waarin hij zijn luisteraars opriep vooral ‘te leven’. De clip toonde wat hij daarmee bedoelde: een groot feest, waarin de mensen dansend en hollend over elkaar heen buitelden en daarbij hun drankjes vasthielden. Dat is voor hem leven in volheid.

Ik ben niet tegen een feestje. Maar ik twijfel, of zo een non-stop party ‘het ware leven’ is. Het lijkt mij eerder een vlucht voor het leven. De mensen vluchten in een wereld waarin het altijd, vrolijk, mooi, grappig, leuk is. En als de vrolijkheid dreigt te verdwijnen dan grijpen zij naar middelen, om de gevoelens vast te houden. Vroeger was dat meestal alcohol, we konden niet zonder om vrolijk kunnen ‘leven’,  vandaag  de dag zijn het drugs van alle mogelijke makelarij en samenstelling, die ons het leven ‘echt’ laten beleven. 

Misschien ben ik te oud voor geworden, maar ik maak mij zorgen om een wereld die dansend en feestend haar ondergang tegemoet leeft. En ik ben niet de enige. Iedere week opnieuw gaan vele jongeren en kinderen de straat op om een leven en een toekomst voor zich zelf op te eisen. ‘Friday for future’ is al lang een symbool geworden voor de roep naar verandering, zodat leven op onze aarde mogelijk blijft. Daar wordt in iedere geval de mogelijkheid opgeëist, om zuivere lucht te ademen, om de voeten droog te houden en om gezond voedsel te kunnen eten. En daarvoor is men ook bereid, om van andere dingen af te zien. Leven in volheid wordt zo een leven waarin de meest noodzakelijke levensbehoeftes beschikbaar blijven. Ze moeten beschikbaar blijven voor ons mensen, maar ook voor de anderen schepselen, waarmee wij deze aarde delen.

De Bijbel begint met een beschrijving van de schepping van de aarde. Daarin lezen wij hoe al de sterren en planeten, bergen en zeeën, planten en dieren  hun plek krijgen in deze wereld. Ook de mens maakt daar onderdeel van uit. Daarna vertelt de Bijbel hoe de ideale plek voor de mens in deze wereld eruit zien. Het paradijs is een tuin vol met leven. Als dat een beeld voor een ideale plek is om te leven, dan kunnen wij ons de mens voorstellen zittend op het groene gras, aan de oever van een rivier, genietend van de vruchten van de bomen en van de zonnestralen op zijn of haar huid.

Maar er is meer in dit verhaal. De mens wordt door God gevraagd, om al de dieren en planten namen te geven. De mens brengt zo in kaart wat leven is en wie er allemaal bij hoort. Hij mag kijken en onderzoeken, gebruik maken van wat de aarde geeft en wat hij tot leven nodig heeft. Maar hij moet daarbij verstandig zijn. Anders gaat deze wereld stuk.

De inzet voor een betere wereld vervult daarom ook nog een ander verlangen. De demonstraties geven mensen het gevoel, zinvol bezig te zijn en de toekomst vorm te geven. Ze geven hun leven inhoud. Wij mensen willen graag zinvol bezig zijn en zoeken deze zin in ons leven. Pas als wij deze zin gevonden hebben, leven wij echt.

Ik denk dat Jezus dit zinvol leven bedoelt, als hij ons een leven in volheid belooft. Het gaat hem niet om een leven in rijkdom en vrolijkheid, maar om een leven in liefde en verbondenheid. Jezus legde toen de nadruk op het samenleven van de mensen. Hij vroeg om trouw aan God en liefde tussen de mensen, zodat iedereen een plek in de samenleving had en iedereen voldoende had om van te leven.  Hij eiste dat mensen niet weggestopt werden omdat zij geen kracht meer hadden, dat mensen niet monddood gemaakt werden omdat ze zogenaamd geen stem hadden, dat mensen niet aan de kant geschoven werden omdat ze ziek of gebrekkig waren. Voor de huidige generaties komt daar nog de zorg voor de aarde bij.

Ik wens mijn kinderen een vol leven, niet vol met rijkdom, maar vol met zin en met een doel, dat het waard maakt om te leven. Ik bid, dat Jezus dit doel voor hen toont, zodat zij leven in volheid hebben.

Juli 2019: Drie overdenkingen bij Keti Koti 2019

Keti Koti – de ketenen zijn gebroken 

Een blog van Erny van Axel

Keti Koti: het einde van de slavernij in Suriname, 156 jaar geleden. Wat betekent vrijheid, toen en nu, en wat zegt de Bijbel hierover? Erny van Axel, directeur van het Surinaams Bijbelgenootschap, staat vandaag stil bij deze vragen.

Op 1 juli wordt in Suriname herdacht dat 156 jaar geleden de slaven daar hun vrijheid verkregen – Keti Koti (de ketenen zijn gebroken). De slaven mochten deze vrijheid niet direct ervaren – ze moesten immers nog tien jaar verplicht werken op de plantage, onder toezicht van het gouvernement. Deze periode staat bekend als het staatstoezicht en duurde van 1863 tot 1873. Toch vierden de slaven de afschaffing uitbundig, door onder andere op 1 juli 1863 massaal naar de Grote Stadskerk te gaan om dank uit te brengen aan de Heer. Alhoewel ze honderden jaren in slavernij hadden geleefd en dit van invloed was geweest (en nog steeds is) op de vorming van hun eigenwaarde, waren zij zich ervan bewust dat zij ook innerlijke genezing en bevrijding en herstel nodig hadden. 

Elke vorm van slavernij, mensenhandel, misbruik, onrecht, oorlog en onderdrukking heeft invloed op de identiteit van een persoon, en bij sommigen zelfs op hun nageslacht. Als je voorouders slaven zijn geweest, kan het pijnlijk zijn om op zoek te gaan naar je identiteit. Velen van ons leven tegenwoordig nog in een vorm van slavernij, ondanks het feit dat we een vrij mens zijn. 

Zo is op 1 juli 1863 de slavernij wel officieel afgeschaft voor de Surinamers, maar de slavernij was nog lang niet uit de Surinamers. Velen van hen zijn nog niet bewust van het feit dat zij naast de lichamelijke vrijheid  bovenal innerlijke genezing, bevrijding en herstel nodig hebben.

Tegenwoordig zijn er nog velen van ons die leven in een vorm van geestelijke verslaafdheid en nog gehoor moeten geven aan de boodschap, dat Jezus ook voor hen naar deze aarde was gekomen: een boodschap van verlossing van elke vorm van slavernij. Die boodschap bevestigt Jezus in Johannes 8:31-36:

‘En tegen de Joden die in hem geloofden zei Jezus: ‘Wanneer u bij mijn woord blijft, bent u werkelijk mijn leerlingen. U zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u bevrijden.’ Ze zeiden: ‘Wij zijn nakomelingen van Abraham en we zijn nooit iemands slaaf geweest – hoe kunt u dan zeggen dat wij bevrijd zullen worden?’ Jezus antwoordde: ‘Waarachtig, ik verzeker u: iedereen die zondigt is een slaaf van de zonde. Nu blijft een slaaf niet voor eeuwig in huis, maar de Zoon blijft wel voor eeuwig. Dus wanneer de Zoon u vrij zal maken, zult u werkelijk vrij zijn.’

Jezus kwam om de mens zijn waardigheid en vrijheid en identiteit terug te geven en weer met God te verbinden. Net als de honderden slaven, die de boodschap van vrijheid met vreugde hebben ontvangen, mogen wij ons dagelijks verheugen in dezelfde boodschap van bevrijding, maar naast het verheugen mogen wij ook actief deel zijn van deze boodschap door indien wij nog in ‘geestelijke’ slavernij zijn, wij onze ‘eeuwige’ bevrijding mogen vinden in Jezus.

Dit bericht is gepubliceerd op de website van het Nederlands Bijbelgenootschap op maandag 1 juli 2019.

Gebed:

Heer, U kent ons bij naam. U weet wie wij zijn.

Wie de mensen waren, die toen tot slaaf gemaakt en van hun geboortegrond weggerukt werden,en  geleden hebben.

Wie de mensen waren, die toen zijn opgestaan, zijn gevlucht, hun lot in eigen handen hebben genomen.

Wie de mensen zijn, die nog steeds naar vrijheid verlangen, zich niet los kunnen maken uit haat, pijn en verdriet.

Zegen hen allen. Amen

Het verleden hoeft geen last te zijn

Een overdenking van Stefan Bernhard

Keti Koti heeft veel met geschiedenis te maken. En wij herdenken de afschaffing van de slavernij. Wij eren de voorouders die onder de slavernij geleden hebben, tegen de slavernij in opstand gekomen zijn en de stappen naar de vrijheid hebben gezet. En mensen zeggen steeds weer dat dit verleden nog als een last op hen drukt. Zij zeggen niet echt vrij te zijn. ‘Wij zijn nog niet klaar met jullie Nederlanders’, zei een vrouw in een prachtige koto tegen de verslaggever op 1 juli. En een man in een panie was het met haar eens.

Er is nog veel te zeggen over de geschiedenis, die ons in dit land met elkaar verbindt. En het is goed dat er steeds meer aandacht voor is. Na jaren van wegwuiven en ontkenning, van verzwijgen en marginaliseren, is nu de tijd gekomen dat er open over het verleden van slavernij en bevrijding gesproken kan worden. De geschiedenis hoort daarbij van verschillende kanten verteld te worden.

Lange tijd werd vooral de kant van de toenmalige machthebbers verteld – de grote daden van Nederlandse overheid, die het behaagd had om de arme slaven de vrijheid te geven. En soms nog kwamen de verhalen van zendelingen bij, die de slaven opleiding en opvoeding brachten, samen met het evangelie. Of was het de beschaving?

Dan waren er de berichten van de, meestal witte, mensen die  de slavernij begonnen te bestrijden. Zij waren onder de indruk van het leed van de mensen, werden opnieuw gegrepen door de verhalen van vrijheid in de Bijbel en geïnspireerd werden door het idee, dat ieder mens gelijk is. En ze streden voor een einde van de slavernij.

En nu worden eindelijk ook de andere verhalen gedeeld: hoe mensen zelf de slavernij beleefd hebben en daaronder geleden hebben, wie deze mensen waren, welke namen ze droegen, hoe zij zich verzet hebben, welke rol daarin dans, muziek, verhalen en kleding speelden; hoe zij zich ook in de verhalen van de Bijbel gespiegeld hebben.

Al deze verhaallijnen, vensters op de geschiedenis, wisselen elkaar af. Welke zijn het echte verhaal?

Ooit zal er ook een tijd komen waarin het hele verhaal voor ons ligt. Waarin een museum is, waar wij de geschiedenis van alle kanten kunnen leren kennen. De Bijbel vertelt steeds weer van een visioen voor zo een gemeenschap, waarin al de verhalen, geschiedenissen van mensen tot hun recht komen. En waarin het verleden van mensen niet meer langer de bron van verdeling en haat is, maar een bron van verbondenheid.

Paulus was iemand die dit visioen voor ogen had en in de beginnende kerk van Jezus Christus waar wilde laten worden. Hij wilde een gemeente bouwen, waarin plek is voor oud en rijk, vrouw en man, jood en heiden, slaaf en vrije. Waarin het hele volk samen kan zijn. Op weg daar naar toe moest hij steeds weer de donkere kanten van zijn eigen levensverhaal onder ogen zien. Hoe hij de christenen eerst onderdrukt had. En hoe hij tot inkeer is gekomen en tot een apostel van Christus is geworden.

Hij schrijft daarover (1 Timotheüs 1: 12-17):

Ik dank Christus Jezus, onze Heer, dat hij mij kracht gegeven heeft en het mij heeft toevertrouwd hem te dienen, hoewel ik hem vroeger heb bespot, vervolgd en beschimpt. Toch heeft hij zich over mij ontfermd, omdat ik door mijn ongeloof niet wist wat ik deed. Onze Heer heeft mij zijn genade in overvloed geschonken, evenals het geloof en de liefde die we in Christus Jezus bezitten. Deze boodschap is betrouwbaar en verdient onze volledige instemming: Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden. Ik was de eerste, en juist over mij heeft Christus Jezus zich ontfermd; ik was de eerste aan wie hij zijn grote geduld toonde, zodat ik een voorbeeld werd voor allen die in hem geloven en het eeuwige leven zullen ontvangen. Aan de koning der eeuwen, de onvergankelijke, onzichtbare en enige God, zij de eer en glorie tot in alle eeuwigheid. Amen.

Ommekeer is mogelijk en ook dit verhaal moeten wij blijven vertellen. Zodat ook vergeving en verzoening een kans krijgen. 

Gebed:

Heer, wij danken U voor het visioen van Uw koninkrijk. En wij danken U voor allen, die zich daarvoor inzetten.

Help ons op weg. Maak inzicht en vergeving mogelijk. Behoedt ons voor falen en misbruik van uw visioen.

En maak ons tot één volk, Uw volk. Amen

Monument tegen de onwetendheid

De Brits Indische schrijver Salman Rushdie zei ooit: ‘We have no roots, we have feet’. Sinds ik dit hoorde laat het mij niet meer los.

Want ik heb net geleerd hoe belangrijk de roots voor mensen zijn: te weten waar je vandaan komt, waar je oorsprong ligt, wat je heeft gemaakt, gevormd, wat je trots maakt. Dat ons tot mens maakt.

Maar de zoektocht naar roots heeft ook een andere kant. Ze kan ons onbeweeglijk maken, niet meer geschikt voor de toekomst. Want ze houdt ons vast, haast gevangen in het verleden. Een oude boom verplaats je niet, en zelf bij een jonge plant is het heel moeilijk. En met de roots te vast in de grond kan je ook niet gaan, en ook niet dansen.

Er verrijzen in ons land steeds meer monumenten, die herinneren aan de geschiedenis van slavernij en bevrijding. Middelburg en natuurlijk Amsterdam hebben er een, sinds vorig jaar staat er ook een in Hoofddorp. En ook Rotterdam heeft al sinds 2013 zo een monument.

Alex van Stipriaan, hoogleraar Caribische geschiedenis aan de Erasmus Universiteit zei tijdens de inwijding  „Dit monument staat er zodat niemand ooit nog kan zeggen ‘Ik heb het nooit geweten’.” Een monument tegen de onwetendheid.

Maar het monument, gemaakt door Alex da Silva (geboren 1974 in Angola) straalt een zekere lichtheid uit. De titel Clave verwijst naar een muzikale sleutel, een ritmisch patroon uit West-Afrika dat op Cuba belandde. Het onderste deel oogt als een schip. Wie dat wil kan er een verbroken keten in zien. Op de sleutel, of het schip, staan vier figuren met een ketting om de enkel, van stram naar vrij. Ze dansen zich los. Waarom dans? „Dans is niet alleen bevrijdend, maar brengt ook culturen samen”, zei de kunstenaar daar ooit over.

De locatie is perfect. Een grasveldje aan de oever van de Nieuwe Maas, prominent in het gerenoveerde Lloydkwartier in Rotterdam-West. Scheepvaart is dichtbij: rondom staan de moderne toren van het Scheepvaart- en Transport College (leerlingen onderhouden het beeld) en het klassieke kantoorgebouw van vervoersbedrijf Kuehne + Nagel. Genoeg ruimte rondom voor bezoekers van de herdenking van de afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863, elke 30 juni.

Peggy Wijntuin, oud-gemeenteraadslid voor de PvdA, nam in 2009 het initiatief voor het monument. „Er waren veel suggesties voor een plek in het centrum, maar ik wilde een plek met een verhaal. Wij kwamen uit op de Lloydkade. Hier vertrokken de schepen naar West-Afrika om wapens, aardewerk en sterke drank te ruilen tegen slaven. Die brachten ze naar het Caribisch gebied en ze kwamen terug met tabak en suiker van de plantages. Aan deze kade begon voor Rotterdamse schepen de driehoekshandel.”

Voor Wijntuin verbeeldt Clave „op een voor iedereen begrijpelijke manier de geschiedenis van ketens naar vrijheid”. Het maatschappelijke debat over slavernij richt zich op trauma, schade en slachtofferschap, maar dit beeld gaat over kracht, verzet en vrijheid. Geen herdenking zonder hoop.

(Voor dit stukje heb ik gebruik gemaakt van een artikel in  NRC Handelsblad: www.nrc.nl/nieuws/2018/10/05/monument-tegen-de-onwetendheid-a2139262. De letterlijke citaten zijn cursief. De foto bij dit artikel is van Walter Herfst)

Stefan Bernhard (7 juli 2019)

Gebed:

Heer, leer ons te dansen, de vrijheid tegemoet.

Vrijheid van verkeerde denkbeelden, die ons vasthouden.

Vrijheid van verdriet en rouw, die ons neerdrukken.

Vrijheid van ziekte en pijn, die ons vastkluisteren.

En daar, waar het lichaam ons in de steek laat en waar onze geest troebel wordt, help ons aan een licht gemoed, zodat wij vrij kunnen zijn als uw kinderen.

Leer ons weer te dansen –  en onze dierbaren ook. Amen

April 2019: Bij Handelingen 8 (Pinksterpelgrimage Zwaag)

God,

wat zouden wij zijn zonder water?

Hoe zouden we moeten leven?

Hoe zouden wij moeten groeien?

Waar zouden wij onze bouwstoffen vandaan moeten halen?

Wat zouden wij zijn zonder u?

Hoe zouden we kunnen bestaan?

Waar zouden we ons

aan kunnen optrekken?

Hoe zouden we zonder uw liefde

mens kunnen worden?

U bent het water

waarvan wij leven.

U bent de bron van ons bestaan.

Help ons u te vinden.

(Tekst – die op de achterkant van de doopoorkonde van de EBG staat. Bron onbekend. / Afbeelding: Biblejournaling bij Handelingen 8)

Maart 2019: Overdenking met Pasen

In een wat donker hoekje in het Westfries museum in Hoorn kwam ik het kunstwerkje tegen. In eerste instantie was het vooral het kunstige knipwerk wat mijn aandacht trok. Daarna ook het bordje daaronder, dat vermeldde dat dit knipselwerk in 1887 gemaakt was door Hendrikus Jacobus de Jongh, huisschilder te Haarlem. Ik vond het grappig, deze verbinding tussen Hoorn en Haarlem – de twee uiterste van onze EBG gemeente te zien. En ik vroeg mij af hoe de huisschilder daarbij kwam om zo een priegelwerk te maken. Misschien was er in de winter niet veel te schilderen en had hij zo nog bijverdiensten. Helaas vermelde het bordje niets meer over de maker en ook niets over de gelegenheid waardoor dit knipselwerk was ontstaan. Maar het was wel mooi.

En toen ik zo een tijde stond te kijken, wilde ik uiteraard ook weten, wat de heer De Jongh toen uitgeknipt had. Het bleek, na wat turen en gissen, een spreuk van Jan Jakob Lodewijk ten Kate te zijn. Dat was een tijdgenoot van de huisschilder uit Haarlem. Ten Kate was in die tijd dominee in Amsterdam en vooral bekend als vertaler van Duitse kerkliederen en als dichter van vrome poëzie. In ons EBG gezangboek vinden wij bijvoorbeeld het mooie Paaslied ‘Wees gegroet, gij eersteling der dagen’ waarmee wij vele jaren lang de Paasochtenddienst zijn begonnen. Ook liederen als ‘De Heer is mijn herder’ of ‘Laat mij in u blijven groeien, bloeien’ zijn van zijn hand.

En nu dit versje – waarschijnlijk uit zijn bundel ‘Lenteleven’ gehaald – zo mooi uitgeknipt en ingelijst. Het spreekt over Pasen en over dat wat daaraan vooraf gaat.

Geen leed wordt ons door God beschikt.
Waaruit geen bloemen bloeien
Wier geur het smachtend hart verkwikt
Vanwaar de balsem vloeien
Maar heb geduld. De nacht verdween
Straks zal de morgen blozen
Niet aanstonds groent de naakte steen
Maar eenmaal bloedt de winter heen.
Dan staat uw kruis vol rozen.

U merkt het al. Ten Kate is al wat ouderwets en ook zijn rijmen kunnen ons niet meer zo bekoren. Maar de inhoud is misschien nog wel van deze tijd. En dat juist in deze dagen waarin wij de natuur na een koude en donkere winter weer zien opbloeien en waarin leven daar opkomt waar alles droog en dood scheen. Het is ieder jaar weer opnieuw een wonder, ook al weet je van tevoren heel goed dat het zal gebeuren.

De dichter gebruikt dit jaarlijkse fenomeen om de mensen een hart onder de riem te steken, die in hun leven met dood en dorheid te maken hebben. Er zijn vele gelegenheden denkbaar waar dit vers op kan slaan: het overlijden van een dierbare, het verlies van de broodwinning, een ernstige ziekte, een ramp waarin alles kwijt is geraakt, vul maar in. Alle gelegenheden waar een mens moedeloos van kan worden en vol met vragen kan komen te zitten. Het antwoord, dat de dichtende dominee ons aanreikt, is: wacht maar, kijk maar uit – de dood en de dorheid duren niet eeuwig. Er komt ook in jouw leven een lente, waarin de bloemen weer zullen bloeien. De tijd, zo lijkt hij de lezer te willen zeggen, heelt alle wonden. Misschien is dat straks, misschien ook later. Maar het komt er wel. En alles, wat er gebeurt, hoe moeilijk en pijnlijk het op dit moment ook lijkt, zal uiteindelijk positief uitpakken. Je zult er uiteindelijk sterker uit voortkomen.

Dat lijken mooie gedachten. En ik kan mij best indenken dat zo een vers aan de muur troost en bemoediging kon bieden. Stel, je hebt net iemand verloren, je bent nog vol van pijn en verdriet en je kijkt dan naar de muur van je woonkamer, waar dit gedichtje hangt. Dat moet toch helpen.

Maar zo mooi de woorden ook zijn, er blijft toch iets knagen. En dat ligt niet alleen aan de ouderwetse taal. Het is opmerkelijk hoe veerkrachtig en kwik Ten Kate na een ramp weer verder lijkt te gaan. Ik vind het gemak verdacht, waarmee Ten Kate hier over zulke diepe gevoelens van rouw en verdriet heen stapt. Misschien doe ik hem nu onrecht, maar ik kan na een ramp, die mij treft, niet zo gemakkelijk doorgaan. Ik kan mij ook niet bij neerleggen en afwachten totdat alles maar vanzelf overgaat. Ik heb de ervaring meegemaakt dat bij elk verlies een wond, een litteken op de ziel achterblijft, dat blijft zeuren en hinderen. Dat gaat niet zomaar over en je groeit er niet zomaar overheen.

Er is meer voor nodig, meer tijd, meer kracht, meer hulp en vooral andere woorden. En daarom ben ik blij dat wij iedere jaar weer opnieuw op deze woorden worden gewezen, als wij met elkaar de Stille Week en Pasen vieren.

De Stille week, waarin de pijn en het verdriet, die een mens in zijn of haar leven tegen kan komen, aandacht en ruimte krijgen. Het werkt bevrijdend, om de rampen die ons treffen te kunnen spiegelen aan het lijden en de dood van Jezus Christus. Dat doen wij niet om te kunnen zegen: ‘Het kan nog erger, kijk maar’. Wij doen het om te kunnen beseffen dat God, de Schepper van hemel en aarde, weet heeft door welke diepten een mens in zijn leven kan gaan. En dat Hij bereid was om daarin dichtbij ons mensen te blijven, ons serieus te nemen en de rampen niet te ontwijken. Dat geeft mij de moed en de kracht om op Hem te blijven vertrouwen. En dat maakt mij bewust, hoe veel zo een ramp en zo een pijn tegen de natuur en de wil van de Schepper in gaan.

Want na de Stille Week komt er Pasen. Het feest waarin de dood overwonnen wordt en het licht de duisternis verlicht. Dat zijn voor mij krachtigere metaforen dan de bloemen, die weer bloeien, hoe mooi ze ook zijn. Want de Bijbelse woorden maken mij duidelijk dat het niet vanzelfsprekend is, wat hier gebeurt. Het is een wonder als het lukt om weer op te kunnen staan en verder te kunnen leven. Het is een geschenk als het leven je weer teruggegeven wordt. Het leven krijgt daardoor een nieuwe glans en waarde. Het wordt kostbaar en bijzonder. Het feest van de opstandig laat mij beseffen hoe mooi het leven is en dat het ook aan mij is, om het leven deze glans te laten behouden. Omdat het leven van God komt, omdat Hij ons het leven heeft toevertrouwd en omdat Hij ons in dit leven voorgaat.

Ik weet niet of dat voor u mooiere gedachten zijn, dan het gedicht van de dominee Ten Kate. Maar het zijn gedachten, die mij verder helpen. Ik zie ze ook terug in de schrik van de vrouwen en het onbegrip van de mannen waarmee zij in de eerste instantie op het wonder van de opstanding reageerden. Het graf is leeg en dat is niet vanzelfsprekend of niet te verwachten. Ik hoor het ook terug in de woorden van de twee mannen in het graf, die de moeite namen om uit te leggen, wat er was gebeurd. Zij maakten vanuit de geschriften van de wet en de profeten duidelijk, dat dit nieuwe leven een geschenk van God aan zijn mensen is. Ik merk dit op in de haast, die de leerlingen overvalt, als zij willen zien en proeven dat waar is wat wordt verteld. De haast komt voort uit de uitbundige vreugde waarmee de boodschap en het leven door worden gegeven en waarmee mensen geraakt worden door het evangelie van de opgestane Heer.

En dat maakt ook mij blij.

De Heer is opgestaan – Ja, Hij is waarlijk opgestaan.

(Stefan Bernhard)

Februari 2019: De zondagen op weg naar Pasen

Bij Handelingen 8 (Pinksterpelgrimage Zwaag)

De Lijdenstijd oftewel Veertigdagentijd is begonne. Dat is de voorbereidingstijd op de Stille Week en op Pasen. Elke zondag daarin heeft een bijzondere naam, afgeleid van een vers uit de Psalmen of een ander Bijbelboek. Het zijn de eerste woorden uit de Latijnse intochtpsalmen waarmee in de traditie van de oude kerken de kerkdiensten op deze zondagen begonnen. Ik denk dat deze korte Bijbelverzen kunnen helpen, om de weg richting Pasen te gaan. Ik wens u een gezegende Lijdenstijd en Stille week toe. En ik wens u toe, dat deze tijd leidt tot een Vrolijk Pasen. Stefan Bernhard.

ESTOMIHI (3 maart)

(Wees mij een beschuttende rots! Ps. 31:3)

Strikt genomen hoort deze zondag nog niet bij de Lijdenstijd. Aswoensdag, de woensdag na zondag Estomihi, is pas het begin. Maar psalm 31 neemt ons meteen mee in de sfeer van de Lijdenstijd. De psalm vraagt aan God om nabijheid en begeleiding en spreekt het vertrouwen uit dat God in de moeilijkste momenten niet ver weg is. Dat geeft moed voor de weg, die voor ons ligt. Daarbij put de Psalm rijkelijk uit andere gebeden en Psalmen. Daarmee benadrukt hij nog eens: God is trouw en is dat altijd geweest. Je mag dat niet vergeten ook als het tegendeel het geval lijkt. Jezus heeft vaak Psalmen gebeden. Dat weten wij uit de evangelies. Nog aan het kruis heeft hij dat gedaan: wij horen hem met woorden uit Psalm 22 spreken: ‘Mijn God, waarom hebt U mij verlaten’, en later met woorden uit Psalm 31: ‘In uw handen leg ik mijn Geest’. Zo dicht naast elkaar zijn wanhoop en vertrouwen.

EERSTE LIJDENSZONDAG: INVOCAVIT (10 maart)

(Roept hij Mij aan, Ik zal hem antwoorden. Ps. 91:15)

Het lijkt wel alsof dit vers uit Psalm 91 een antwoord geeft op de vraag uit Psalm 31. De weg naar Jeruzalem is begonnen en daarmee ook de weg die Jezus naar het kruis leidt. Alhoewel er nog vaak gelegenheid zal zijn, om van die weg af te stappen, zal Jezus dat niet doen. Maar hij zal de ‘beschutting van de allerhoogste’ en de ‘schaduw van de ontzagwekkende’ (Ps. 91:1) wel nodig hebben. Er wordt gezegd, dat Psalm 91 een avondgebed is. Van Martin Luther kennen wij een ander avondgebed: ‘Heer, blijf bij ons, want het is avond en de nacht zal komen. Blijf bij ons en bij uw ganse Kerk aan de avond van de dag, aan de avond van het leven, aan de avond van de wereld. Blijf bij ons met uw genade en goedheid, met uw troost en zegen, met uw woord en sacrament. Blijf bij ons wanneer over ons komt de nacht van beproeving en van angst, de nacht van twijfel en aanvechting, de nacht van de strenge, bittere dood. Blijf bij ons in leven en in sterven, in tijd en eeuwigheid. Amen.’

TWEEDE LIJDENSZONDAG: REMINISCERE (17 maart)

(Gedenk uw barmhartigheid, Here. Ps. 25:6)

Psalm 25 is een bijzondere Psalm. Het is geen samenhangend gedicht, maar een opsomming van enkele verzen rond een gezamenlijk thema. Iedere vers begint met een ander letter van het Hebreeuws alfabet. Van ‘A’ tot ‘Z’ wordt nagedacht over God en hoe Hij ons in ons leven nabij is. Maar er wordt ook gesproken over waar wij Hem kwijt kunnen raken. Daarbij komen vele onderwerpen langs. Ik stel mij voor dat je deze opsomming goed onderweg kan gebruiken om je bij de les te houden en op de goede weg te blijven. Misschien heeft Jezus met zijn leerlingen onderweg van Galilea naar Jeruzalem over deze Psalm gesproken. Daarbij hoort ook dat je soms God in herinnering roept, dat Hij trouw moet blijven. God heeft deze herinnering waarschijnlijk niet nodig, maar wij mensen hebben wel de bevestiging nodig. Het is net zoals kinderen vaak aan hun ouders vragen: ‘Je houdt toch van me?’, of geliefden niet moe worden om elkaar te zeggen: ’Ik heb je lief!’

DERDE LIJDENSZONDAG: OCULI (24 maart)

(Mijn ogen zien bestendig op de Here. Ps. 25:15)

Nog een vers uit psalm 25, dit keer wat verderop. Het woord ‘bestendig’ valt op. Onderweg door het leven komen wij vele mensen tegen en praten wij over verschillende dingen. Wij kunnen zeker niet zeggen, dat wij God altijd in gedachten of voor ogen hebben. Voor de leerlingen, die toen met Jezus onderweg waren, was dat anders, als wij op de Bijbel afgaan. In hun groeide gaandeweg het besef, hoe bijzonder Jezus was en dat Hij echt de Messias was. Ze merkten het in de manier hoe hij met hen sprak, hoe hij mensen langs de weg bejegende en hielp. Op een gegeven moment vroeg Jezus hen: ‘Wie denken jullie dat ik ben?’ Petrus sprak toen uit wat zij allemaal dachten: ‘U bent de Messias’. Dat is een bijzonder belijdenis. Maar dezelfde Petrus heeft later, in Jeruzalem, drie keer gezegd dat hij Jezus niet kende en niet wist wie hij was. Het valt niet mee, om altijd God of zijn Zoon in gedachten te houden en met Hem door het leven te gaan – niet voor de leerlingen toen en ook niet voor ons nu.

VIERDE LIJDENSZONDAG: LAETARE (31 maart)

(Verheugt u met Jeruzalem. Jes. 66:10)

Op deze zondag is er geen Psalmvers, maar een vers uit een lied van de Profeet Jesaja. De zondag heeft ook een andere sfeer dan de andere zondagen in de Lijdenstijd. Hij is hoopvoller en vrolijker van aard, alsof door al de zorgen over het naderende einde al de hoop van het vervolg doorheen straalt. Midden in de Lijdenstijd licht al iets van Pasen op. De zondag wordt daarom ook ‘klein Pasen’ genoemd. Het lijkt wel een adempauze op de enerverende weg van Jezus die naar de dood aan het kruis leidt. Of het is, iets menselijker, een adempauze in de lange vastentijd, die nu al bijna vier weken duurt en nog een tijdje zal duren. Wij weten dat de Goede Vrijdag niet het einde van het verhaal van Jezus is. Het feest van Pasen komt eraan, wij kunnen de dagen al tellen. Maar wij zijn er nog niet. Daarvoor komt nog een ander verhaal. Daarvoor komt de Lijdensweg naar het kruis. Je ziet het doel al voor je, maar je weet dat daarvoor nog een ontzettend moeilijk stuk weg ligt. Er is geen afkorting of omweg mogelijk. Maar er is wel hoop.

VIJFDE LIJDENSZONDAG: JUDICA (7 april)

(Doe mij recht, o God. Ps. 43:1)

Je vraagt je af, wie in Psalm 43 aan het woord is. Is het Jezus, die al weet dat hij onterecht beschuldigd en veroordeeld zal worden en daarom zijn recht bij God opeist? God is altijd de laatste instantie geweest, waar mensen naar toe konden gaan als hen door hun medemensen onrecht werd aangedaan. Daarom was er ook zoiets als kerkasiel. Maar Jezus heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Hij heeft liefde en trouw gepreekt en geleefd. Daardoor is hij tot een bedreiging voor de machtigen geworden en daarom moest hij sterven. Dat is niet eerlijk en niet terecht. Het is wel zo gebeurd. Maar recht zal altijd zegevieren en God zal altijd aan het langste eind trekken. Daarmee eindigt de Psalm. Maar wat is met de mensen, die schuldig zijn aan de dood van Jezus, geworden? Zal God voor hen rechtvaardig zijn, of is Hij genadig?

PALMZONDAG (14 april)

Deze zondag heeft geen Bijbelvers als naam meegekregen. Zijn naam laat ons denken aan de Palmbladeren, die de mensen op de weg legden toen Jezus de stad Jeruzalem binnenreed. Het was een intocht als van een koning. Maar korte tijd later zullen dezelfde mensen roepen, dat Jezus gekruisigd moest worden. Zijn wij mensen dan zo snel om te praten? Laten wij iemand zo snel vallen als hij niet aan onze verwachtingen voldoet? Wij mensen zijn niet trouw. De naam van de zondag laat mij ook denken aan een lied dat vaak op begrafenissen wordt gezongen: ‘Nanga Palm wi de go…’ Omdat Jezus trouw zijn weg tot het bittere einde is gegaan, zullen wij eenmaal als overwinnaars het koninkrijk van God binnen mogen gaan. Dat is een genade en geen recht, want de trouw van mensen kan verkeren. In de jubel van de menigte toen in Jeruzalem, is misschien daarom ookeen gebed opgenomen. Sommigen denken namelijk dat de roep ‘Hosanna’ komt uit Psalm 118:25: ‘Heer, help ons en red ons.’ Dat zou heel goed kunnen.

Wij gebruiken cookies om deze website goed te laten werken. Door op de website te blijven accepteerd u dit gebruik van de cookies. Wij verzamelen geen gegevens van u. De cookies zijn zuiver functioneel.